Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na den slag bij Vlakfontein in Transvaal, in Mei van het vorig jaar, heeft de Engelsche pers plotseling, daarin voorgegaan door Edgar Wallace, den oorlogscorrespondent van de Daily Mail, een vreeselijk moordgehuil tegen de la Rey aangeheven wegens zijn vermeende wreedheden op Engelsche gewonden. Erger dan hij toen werd uitgemaakt kon het al niet; en de razernij der Jingo's werd ten slotte zóó hevig, dat zij zich zelf doodmaakte. Leugen na leugen werd achtereenvolgens ontmaskerd. Maar wat deed de man, die, zooals wij weten, met zijn burgers regelmatig Engelsche couranten in handen kreeg en dus zelf van zijn gruwelijke belastering kennis kon nemen ? Hij liet Methuen vrij, ondanks het hevig verzet van een deel zijner burgers, die den generaal als gijzelaar wilden behouden. En niet zoozeer omdat hij vreesde, dat de edele Lord door gemis aan een goede geneeskundige behandeling misschien aan zijn wonden zou bezwijken, neen, hij deed het vooral omdat hij, wiens zoon in een aanval van Methuen's troepen was gevallen, zelfs niet den schijn op zich wilde laden van een persoonlijke wraakoefening, hetzij daarvoor of voor de Hunnenachtige wijze, waarop Methuen het geheele westen van Transvaal, de la Rey's bezittingen incluis, had verwoest. Het blijft de vraag of een der andere Boerengeneraals, boe grootmoedig zij ook geweest zijn, tot zulk een daad had kunnen besluiten èn tegenover zich zelf èn tegenover zijn burgers.

Meer aan te voeren ter verdediging van de la Rey's humaniteit zou gelijkstaan met water naar de zee dragen. Een man, die ter wille van de voorschriften van zijn diep geloof in zulke omstandigheden zelfs den schijn des kwaads vermijden kan en kwaad met goed vergelden, staat voor altijd boven eiken laster en alle betichting.

Wanneer er in het hart van de la Rey plaats kon zijn voor haat, dan had het slechts kunnen zijn haat tegen verraders en lafaards, die hij in elk geval met een wonderlijk instinct wist uit te vinden. Met eenige leden van het vreemdelingen-

Sluiten