Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

landbouw en wel op de ontginning, van woeste gronden en heidevelden.

Hij had alzoo een dubbel doel: menschen en gronden, die tot dusver geen vruchten droegen voor de maatschappij, in bruikbare menschen en vruchtdragende akkers te herscheppen.

De gedachten waarvan hij uitging, waren goed.

Intusschen maakte hij bij de uitwerking zijner denkbeelden eene misrekening, die zelfs nu, nadat de uitkomst in latere jaren op dit gebied verkregen telkens teleurstelde, gedurig nog weer wordt gemaakt, deze n.1.: dat de uit de groote steden naar de heide verplaatste menschen, op die heide, zoodra slechts de kosten van eerste vestiging en ontginning betaald zouden zijn, in hun eigen onderhoud zouden kunnen voorzien, ja nog meer: dat de eenmaal ontgonnen gronden aan anderen verhuurd konden worden en de tot werkzame menschen opgeleide personen elders op eigen hand heide zouden ontginnen, en op die te ontginnen heide een bestaan zouden vinden. Drieërlei zou er dus moeten gebeuren, volgens hem. Aan arme menschen landbouw leeren op gronden, door hen zelf te ontginnen; vervolgens deze menschen de wereld in zenden om zelfstandig den landbouw te beoefenen; en eindelijk de door hen ontgonnen grond verpachten of verkoopen. Dat zelfde zou dan op telkens nieuwe gronden met telkens andere menschen worden herhaald.

Bij Steenwijk aanvangende, wilde hij zijne ontginning allengs tot in Groningen voortzetten, om daarna ook in de zuidelijke provinciën te beginnen.

Steeds meer grond zou worden ontgonnen en eene algemeene kolonisatie zoude met der tijd alle huisgezinnen omvatten, geneigd tot den arbeid. Zoo zou

Sluiten