Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanhopige pogingen werden aangewend om aan de dwingende noodzakelijkheid ecner kostbare bemesting te ontkomen, maar slaagden natuurlijk niet.

Die toestand leidde alras tot allerlei schikkingen met de Regeering, wijzigingen in de oorspronkelijke voorwaarden, meer of minder gewaagde proefnemingen enz., maar de toestand der Maatschappij bleef op een onvasten grondslag rusten, waarvan allerlei verwikkelingen en een tijdperk van kwijning en achteruitgang het gevolg waren.

Intusschen was naast het oorspronkelijke denkbeeld een tweede verrezen. Niet alleen de armoede, ook de bedelarij zou bestreden worden.

Geschiedde dit onder den indruk der schoone vruchten, die de vrije koloniën in den beginne gaven of schenen te geven? Of zocht men, zooals anderen beweren, in de overeenkomsten omtrent de opneming van bedelaars een middel om de zich reeds openbarende leemten in de geldmiddelen aan te vullen? Daar het denkbeeld reeds in 1819 geopperd werd en na de stichting der vier eerste vrije koloniën tot een begin van uitvoering kwam, komt het ons wel aannemelijk voor, dat beide oorzaken in den geest der ontwerpers haar werking hebben doen gevoelen, maar dat de eerstbedoelde daarbij toch de voornaamste geweest is.

In ieder geval lag ook aan deze onderneming weder een schoone gedachte ten grondslag, die n.1. om den bedelaar tot een arbeidzaam mensch op te leiden, die voortaan voor zich zelf zou zorgen.

Ook de bedelaar moest niet in de kolonie blijven. Zoodra hij tot den arbeid bekwaam zou zijn en daarin lust gekregen zou hebben, zou hij in de groote maat-

Sluiten