Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hollandsche en Fransche verzen, schreef zelfs berijmde brieven en kende op haar duim Frankrijk's klassieke dichters der 17e eeuw. Zoo „was zy, van geboorte vol geest en vernuft, verfijnd en beschaafd door het lezen der groote auteurs".1 Zij beschouwde zuiver kunstgenot als een kostbaar bestanddeel van 's menschen levensgeluk en poogde reeds vroeg haar oudsten zoon in dit genot te doen deelen. Zij gaf hem Racine, Corneille, Molière en Lafontaine ter lezing en wees hem vriendelijk op de schoonheden dier onsterfelyke meesters. Toen iemand haar eens opmerkte, dat een jongen van tien jaar zulke dichters nog niet waardeeren kan, antwoordde zij: „Dat is ook niet noodig. Hij krijgt in elk geval iets in het hoofd, dat hy later kan begrijpen." 2

De uitkomst bewees schitterend, dat moederlyke scherpzinnigheid hier instinctmatig juist had gezien. De dichter erkende later: „Ik heb geen andere Muze gekend dan mijne moeder." In zijn dichterlijk gemoed waren de eerste snaren losgemaakt en de nog sluimerende accoorder. gewekt door een teêre moederhand.

Aan deze hoogbegaafde en sympathieke vrouw — het later gemaakte portret toont haar nog als een deftige en edele matrone, met fijne, intelligente gelaatstrekken — bleef Schaepman altoos met buitengewone liefde en vereering gehecht. „De liefde voor zyne moeder is de éénige liefde voor eene vrouw geweest, die ooit in het hart van den dichter heeft gehuisd." 3 Zij behoorde tot die uitgelezen vrouwen, van wie zoo natuurlijk als de adem van haar mond bezieling en veredeling uitgaan. Toen Schaepman het woord van Joseph de Maistre aanhaalde:4 „Ma mère était un ange, a qui Dieu avait prêté un corps," zal hij ongetwijfeld ook aan zijn eigen moeder hebben gedacht. Zij was een ideale Christenvrouw, die eerst haar volle wijding ontvangt in en door den godsdienst en als

' Getuigenis van Dr. Schaepman Verz. Dichtw. XIV.

2 Dr. J. ten Brink t. a. p.

3 Dr. Nuvens in Eigen Haard t. a. p.

4 Menschen en Boeken 2e Reeks blz. 2.

Sluiten