Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze, met een vlugheid, die zou doen twijfelen aan zijn nauwkeurigheid, indien hij naderhand u telkens niet in verbazing bracht over zyn juist en volledig oordeel en haast onslijtbaar geheugen omtrent het eens gelezen werk. In zijn ontzaglijk-uitgebreide bibliotheek voelde hij zich thuis als een ijverig student in zyn handboek. Meermalen heb ik bijgewoond, dat het gesprek kwam op een of ander boek. Als blindelings haalde Schaepman het van eene der vele en lange ryen weg, en als 't ware op den tast sloeg hij de betreffende pagina open. — „Daar, lees!" — Inderdaad, het stond er getrouw, zeker in hoofdzaak, soms bijna woordelijk, juist zooals hij u te voren had gezegd.

Schaepman had ook de noodige taaie werkkracht van een geleerde. Green natuurlijker verklaring zijner bekende initialen: E. L. ü. dan: „Ego laboro constanter", ik werk aanhoudend. Voor hem is de labor improbus „de groote levenswet" geweest. Hij kende „geen gezonder en geen zaliger".1 Voor hem, bij alle beslommering en afleiding, geen tijdverdrijf „so sweet as a book", gelijk Kardinaal Manning zeide. Zelfs op reis was hij nooit zonder een z waren tasch, die grootendeels met lectuur was gevuld, en nauwelijks zat hij in het rijtuig of spoorwegcoupé, of hij verdiepte zich in het lezen.

Eindelijk bezat hij in hooge mate den scherpen, doordringenden, vèrzienden blik, welke den geleerde tot ziener maakt en aan de afgetrokken wetenschap eerst de volle beteekenis geeft voor het leven.

Dat Schaepman desondanks niet als vakgeleerde heeft uitgemunt, is eenvoudig toe te schrijven aan zijn veelzijdige actie op literair en staatkundig gebied. Zijn impetueuze natuur kon zich onmogelijk neerleggen bij den regel: „In der Beschriinkung zeigt sich der Meister".

Niettemin danken wij hem verschillende kleinere geschriften en opstellen, die aan letterkundigen vorm een serieus-wetenschappelijk gehalte paren. Zoo bijv. de grondige studie over „godsdienst en volkswelvaart" (1875); zijn meesterlijk „Roomsch-

' Menschen en Boeken le Reeks XL.

Sluiten