Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

figuur van Schaepman in ons Parlement keurig geschetst. Men begrijpt daaruit volkomen, dat „een groote redevoering van hem een événement werd, hetwelk, indien het te voren was aangekondigd, de tribunes deed volstroomen met toehoorders," 1

Zelfs ver in het buitenland drong Schaepman's roem als redenaar door. Meermalen trad hij op in een openbare vergadering der Duitsche Katholiekendagen, o.a. te Bonn (1881) en te Keulen (1897); op het katholiek-sociaal en Eucharistisch Congres te Luik; op internationale congressen te Parijs enz. In Mei 1902 hield hij te Rome een rede over den staatkundigen toestand ten onzent. Zoowel in het Duitsch als in het Fransch — beide talen was hij flink meester — wist hij elk auditorium te boeien, haast evengoed als in zijn moedertaal.

Het vaakst en liefst sprak hij natuurlijk over den Roomschen Paus, zyn eerste en onvergankelijke liefde, inzonderheid ook als redenaar, sinds de Amsterdamsche Parkmeeting. Toen hij in December j.1. naar Rome zou vertrekken, vol nieuwen moed op herstel, zeide hij tot zijn broer Eduard, met saamgeknepen handen en bijna tranen in de stem: „Eén ding spijt me geweldig, dat ik in Maart te Utrecht de feestrede niet zal kunnen houden op den Paus." Nog weinige dagen vóór zijn sterven uitte hij de hoop, dat hij op 's Pausen kronings- en jubelfeest, 3 Maart, voor een uitgelezen schaar vreemdelingen te Rome een Fransche redevoering zou kunnen afsteken.

Ook in de welsprekendheid, evenzeer als in de poëzie, bleef de liefde tot Kerk en Paus hem een onuitputtelijke bron van bezieling. Redenaar by Gods genade, was hij vóór alles lofredenaar van Christus' Stedehouder op aarde, dien hij tot den laatsten ademtocht wilde dienen met het machtige wapen zijns woords.

De weergalooze kracht van dat woord is door hemzelf onbewust weergegeven, toen hij bij het graf van zij n boezemvriend Des Amorie van der Hoeven sprak (16 Oct. 1897): „Al deze

1 De Tijd 22 Jan.

Sluiten