Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat ecne motie van den eminenten Van Wintershoven niet algemeene stemmen aangenomen werd. Deze motie luidde: »De Kanier besluit:

na de inlichtingen van den Minister van Binnenlandsclie te l;cbben gehoord, de Regeering dringend te verzoeken, de belangen van Nederland bij de regeling der aftappingen van water uit de Maas, overeenkomstig de tractaten, met kracht te handhaven».

Op voorstel van Petrus Regout, onvermoeid strijder voor eene bevaarbare Maas, hield ook de le Kamer comité-generaal; eene gelijkluidende motie werd met 17 tegen 12 stemmen aangenomen en de Regeering deed niets!

In hetzelfde jaar werd het tractaat van handel en scheepvaart met Belgie gesloten en daarin met geen enkel woord over deze zoo belangrijke kwestie gesproken.

Andermaal verheft Van Wintershoven zijn welsprekende stem; P. Regout schetst den onhoudbaren toestand bij nota aan de 2e Kamer en het antwoord van den Minister was eene beschuldiging van overdrijving, want de onderhandelingen waren steeds in gang, en België tapte steeds door.

De laatste stoombooten van Maastricht naar Luik en Venlo hadden gevaren.

In 1859 hebben bij de begrooting in de 2e Kamer de lieeren Meijlink, Oevers Deijnoot, Strens, Mackay, De Lom de Berg, Hengst en De Bieberstein, allen met kracht ons goed recht bepleit en aangedrongen op eindelijke afdoening.

Strens zeide:

>AVij hebben lang genoeg geduld gehad en ik waarschuw thans den Minister, dat indien bij de hervatting der werkzaamheden in Februari, de zaak niet verder gevorderd is, ik mij verplicht zal zien alle wettelijke maatregelen te provoceeren, welke kunnen dienen om de:i legenwoordigen staat van zaken, die niet kan en niet mag voortduren, te doen ophouden«.

In de le Kamer spraken Regout, Beerenbroeck, Van Dam van IJsselt en Van Sasse van IJsselt in denzelfden geest, en de Minister gaf tot bescheid:

»dat het antwoord van België op onze voorstellen gereed was en dat de Regeering bedacht is om alle nadeelen voor ons af te wenden .

Ln toch, de Regeering doet niets, totdat Strens, Thorbecke en Oevers Deijnoot in de 2de Ka,tier een Enquête aanvragen,

Sluiten