Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hior ter stede gevestigd geneeskundig genootschap, de zaak der doofstommen bepleitte, door te wijzen op de belangrijke resultaten door den heer David Hirsch verkregen bij het onderwijs aan een vijftal leerlingen, waarvan twee tot het gezin van den heer Polaxo behoorden.

Uit den boezem van dat genootschap werd in Maart van hetzelfde jaar een commissie gevormd, waarvan één lid thans nog in leven en in ons midden is, met name de heer dr. Q. J. Goddaud, terwijl in overleg met verschillende belangstellenden en op grond van de gebleken sympathie, in de maand Januari 1853 werd besloten de Inrichting te vestigen.

Met kracht werd de zaak ter hand genomen en werden de aan elke soortgelijke stichting verbonden bezwaren overwonnen, zoodat reeds op 23 Mei 1853 de opening der school met een tweetal onderwijskrachten mocht plaats hebben.

En zeker mocht die handeling, toen onze gemeente zoo beduidend kleiner was dan thans, een daad van moed worden genoemd. Naast de vroeger gevestigde Inrichtingen te Groningen en te St. Michielsgestel, die zich reeds in grooten bloei mochten verheugen, scheen volgens sommigen de oprichting van een nieuwe school voor doofstommen niet gebiedend noodzakelijk, minst genomen een gewaagde onderneming.

Doch de vaste overtuiging van de oprichters en bestuurders, dat zij niet alleen noodig maar onmisbaar was, en dat bovendien de tijd was gekomen om het onderwijs te hervormen en ook hier te lande op afdoende wijze de Duitsclie of Ainmansche methode in te voeren, gepaard aan de toewijding der onderwijzers, gaf den doorslag, en waar de school in 1853 in een niet groot bovenhuis aan de Hoogstraat was geopend met een 14-tal leerlingen, was het aantal hunner in 1859 tot 52 gestegen.

Reeds toen moest naar andere lokalen, naar ruimere inrichting worden omgezien en moest rekening worden gehouden met de hoogere eischen van het doofstommen-

3

Sluiten