Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een smalle uitweg hun door de sultans wordt gelaten, mits zij slechts recht voor zich uitkijken en „doorloopen".

Zij zijn dus van de groote gemeenschap de „vroolijke Franzen", de cholostjakis zooals zij genoemd worden in het Russisch (nog steeds de officieele taal dier eilanden), welke benaming als terminus technicus is overgenomen, maar eigenlijk en zeer kenmerkend „vrijgezel" beteekent.

Zij hebben niet behoeven te vechten en derhalve is hun pels niet gescheurd of op andere wijze beschadigd, maar deze werd integendeel bijzonder verrijkt door hun tijdelijk amphibisch bestaan onder de meest gunstige omstandigheden.

Maar juist daarom zijn zij er erger aan toe dan de menschelijke .vrijgezellen' van Oostenrijk bijv., die slechts in handen vallen van den fiscus: een deel hunner moet

zijn huid afstaan.

Nadat eerst zorgvuldig de enkele „baby" zusjes, die zich onder hen mochten bevinden, zijn verwijderd en ook die wier huid niet „tadellos" genoemd kan worden zijn teruggewezen, worden zij in kudden langs bovenbedoeld pad langzaam opgejaagd naar een bepaalde plaats nabij het Aleoeten-dorp. Bij dit opjagen wordt de grootste zorg in acht genomen, dat zij niet door verhitting hun huid beschadigen, terwijl elk individu, wiens huid onderweg nog minder volmaakt mocht blijken, tot terugkeeren wordt gedwongen, want let er op slechts een vastgesteld aantal mag gedood worden, en dus worden uitsluitend de beste

daarvoor uitgezocht.

Ter plaatse aangekomen, geschiedt het reglementaire doodknuppelen door de speciaal daarvoor aangestelde Aleoeten, die hierin eene ongeëvenaarde behendigheid hebben verkregen, onder het oog van bekwame opzichters, die er ook hunnerzijds voor zorgen dat geene

Sluiten