Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VII.

Verzorging van bet moeöeröier r>a öe verlossing.

Als de verlossing zoover afgeloopen is, vereischen moeder en kind onze zorg. In de weide kan het zijn, dat alles goed gaat, ook zonder menschel ij ke zorg, maar op stal is deze onmisbaar. Als een koe in de natuur kalft, zal zij in den regel dadelijk na de baring opstaan en het kalf gaan schoonlikken.

Op stal, vooral na eenigszins zware geboorten, en als het kalf dadelijk wordt verwijderd, vertoont de koe soms neiging om te blijven liggen, hetgeen met het oog op een mogelijke uitzakking van de baarmoeder niet wensclielijk is.

Men wachte daarom niet te lang, maar dwinge de koe, zoowel als de merrie, spoedig tot opstaan, tenminste zoo gauw als weeën en persen op de nageboorte gezien worden. Bij merries volgt de nageboorte het veulen meestal heel spoedig, maar bij de koe duurt het gewoonlijk nog al eenigen tijd. Men verlate echter noch de merrie, noch de koe, voordat de nageboorte afgekomen is.

De merrie kan zich soms hevig te weer stellen en onder omstandigheden zoo fel persen, dat zoowel de endeldarm als de baarmoeder naar buiten treden. Dit kan zeer licht den dood veroorzaken, en daarom moet men dit ongeval trachten te voorkomen, door, zoolang de nageboorte nog niet af en de baarmoeder nog niet opgesloten is, de merrie aan de hand wat rond te leiden.

Bij koeien, die zeer ruim zijn en neiging tot ontzakkingen hebben (1 ijfbieden), kan de baarmoeder zoo maar uitzakken, zonder dat men van persen iets merkt. Dan moet men er vliegensvlug bij zijn, de koe opjagen en hel naar buiten tredende deel onmiddellijk terugbrengen.

Als het afkomen van de nageboorte bij de koe langzaam gaat, en de met 't toezicht belaste persoon verlangt naar bed, dan wordt wel eens het haam aangedaan en de koe aan haar lot overgelaten. Dit is af te keuren, want het haam verhindert de normale verwijdering der nageboorte allicht, waardoor onnoodig persen ontstaat. Legt de koe zich dan

Sluiten