Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Leimuiden is hemelsbreed nog geen halfuur. Dit bezwaar gold in de eerste plaats zeker wel de Gereformeerden aan de Nieuwewetering en de bewoners van de toen nog niet uitgeveende 1) Googh. Toch laat zich dit bezwaar van de zijde der Ondeweteringers zeer goed verklaren. Dezelfde reden werd nog in 1846 opgegeven door de Rijpweteringers, toen zij een eigen pastoor begeerden en bevrijd wilden wezen van de verplichting om op bepaalde tijden naar Oud-Ade te gaan2); de afstand is daar zelfs nog kleiner. Een goede weg was hier evenmin als daar, zoodat men bij regenachtig weder altijd door de modder moest van het »kerkpad«. liet onuitgeveende land was drassig en moerassig, zoodat iedereen er tegen op zag om bij tijden en ontijden daar langs te gaan. Voegt men daar nu bij het altijd wederkeerende overvaren, waarover nu zelfs nog zoo dikwijls geklaagd wordt, dan zal ieder het gewicht van het geopperde bezwaar gevoelen en het zeer natuurlijk vinden.

Op den voorgrond traden in deze aangelegenheid Cornelis Jansen van Hijningen, Bartholomeus Peti, Secretaris van het Ambacht Alkemade, Abraham Dircksen Huijcker en Rosier Joosten van der Vaeck. Deze mannen waren »de voornaemste aenleijdersa. Zij werden, nadat men met elkander beraadslaagd had en het eens geworden was, benoemd tot Commissie van uitvoering.

Aangezien zij niets konden doen buiten den ambachtsheer, wendden zij zich eerst tot den Weledelgeboren Heer Aelbrecht van Wassenaar3), Heer van Alkemade. Met elkander gingen zij naar hem toe om hem te »begroeten« en hem hun wenschen bekend te maken.

Heer Aei.brecht was in dergelijke kerkelijke zaken geen

') De Googh is eerst uitgeveend en volgens Octiooy van 1715 drooggemaakt. (Archief gemeente Alkemade). Bakker geeft op 17».

2) Bijdragen tot de geschied, v. h. Bisdom Haarlem. Dl. 25 bl. 144 v- *•

3) Aelbrecht van Wassenaar was de zesde zoon van Jan van Duivenvooi de, houtvester en later admiraal van Holland, en Odilia Valkenaar. Hij trouwde met Cornelia de Bruin van Buitewegh. Hij stierf in 1656 en ligt begraven te Leiden in de St. Pieterskerk. Kok, Vader). Woordenboek i. v. Wassenaar.

Sluiten