Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar gedurende 5 of 6 uur per dag met meer of minder tegenzin een meer of minder nuttige kennis wordt bijeenvergaard. Onze scholen hebben geen verleden, of, als zij er een hebben, en dat is met onze meeste gymnasia 't geval, zoo wordt het niet gekend en niet gecultiveerd. Nu en dan, 't is waar, wordt er eens een jubileum gevierd, d. w. z. een der leeraren schrijft een gelegenheidsgeschiedenisje en de hoogste

klas geeft een opvoering, in de aula natuurlijk,

meent de belangstellende Duitsche collega, wien wij dit vertellen: pardon, in den stadsschouwburg. — In den stadsschouwburg? Waarom niet in de aula? — Mein lieber Herr Kollege, onze scholen hebben geen aula! — Wat, geen aula? — Ja toch, wacht even, 't Amsterdamsche gymnasium heeft er een en 't is er fier op; met reden, want 't is het eenige, dat er een heeft. Is dan een aula iets van zooveel gewicht? vraagt gij mij. Ja zeker, een aula is onontbeerlijk, bijna even onontbeerlijk als een ruime speelplaats, die onze scholen ook niet hebben. Meent gij, dat 't bevorderlijk is voor het eenheidsbesef, wanneer een school eenvoudig in de onmogelijkheid verkeert, hare leerlingen allen te zamen op haar eigen terrein bijeen te roepen en daarvoor van de herbergzaamheid van een Kerkgenootschap of zoo iets afhankelijk is? En wat dunkt u, dat de ontstentenis van zulk een gelegenheid een streven zal in 't leven roepen om 't aantal van zulke bijeenkomsten en de aanleidingen daartoe te vermeerderen, of te verminderen? Als men eenmaal

Sluiten