Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leven, als pathologisch-anatomisch wijzen op een ander proces dan gewonen stuwings-icterus.

Daarenboven is het opvallend, dat geen melding wordt gemaakt van icterus door inwendig gebruik van chloroform. Hirsch heeft de casuïstiek verzameld en in geen der ziektegeschiedenissen vond ik icterus vermeld, hoewel Hirsch op 't laatst schrijft, dat zich aan de (toxische) gastritis stuwingsicterus kan aansluiten, door voortzetting van den katarrh op het duodenum en daardoor afsluiting van den ductus choledochus. Toxische gastritis treedt bij inwendig chloroform-gebruik op den voorgrond; bij Hirsch vindt men gevallen, waarbij na zeer kleine dosis ernstige intoxicatie is gevolgd.

Marfan zag na ingestie van (50 gram chloroform een icterus gravis ontstaan, die in genezing overging. Tot mijn bewering doet dit geval echter niet af: de dosis is enorm geweest en blijkbaar heeft er een zeer sterke gastroenteritis bestaan.

Zooals bekend is de theorie van haematogenen icterus thans vrijwel verlaten en wordt elke icterus beschouwd als resorptieicterus, d.w.z. door stuwing in de grootere galwegen of galcapillairen. Ook de icterus, die ontstaat door acute vergiftigingen als phosphor, arseen waterstof, toluydeendiamine, slangenbeten, glycerine-injecties, bloedtransfusie, bij haemoglobinurie, bij pyaemie, enz., waarbij werkelijk bloeddissolutie, haeemoglobinaemie enz. plaats vindt, is volgens de thans geldende meeningen gebleken een resorptie-icterus te zijn: d.w.z. de vrijgeworden haemoglobine wordt in de lever omgezet in bilirubine; de galkleurstofvorming is bij deze soort vergiftigingen veelal ver. meerderd, de gal dikker en taai geworden; de fijne galcapillairen zijn overvuld met gal en afvalsproducten van ontaarde levercellen; door deze galstuwing in de kleinste galwegen vindt galresorptie plaats en daardoor icterus. Vandaar, dat de faeces niet acholisch behoeven te zijn, daar een deel der leverelementen gezond is gebleven en de groote galwegen vrije afvloeiing naar het duodenum veroorloven.

Mag men nu bij den chloroform-icterus een gelijksoortige pathogenese onderstellen ? M. i. moet het antwoord beslist toestemmend luiden.

In de eerste plaats heb ik noch in de litteratuur, noch door eigen waarneming ooit iets' gevonden van acholische faeces;

Sluiten