Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De nawerking van chloroformnarcose

door

J. P. L. HULST, te Leiden.

In het jaar 1850 uitte Gaspar, na kennisname van eenige gevallen van letaal verloopende operaties de meening, dat soms de dood, welke intrad, nadat voorloopig een goede afloop verwacht was, kon en moest toegeschreven worden aan de nawerking van het narcoticum : de chloroform. Hij sprak in deze gevallen van eene chronische chloroformvergiftiging. Zijne meening werd van klinische zijde ondersteund door Langenbeck, terwijl Nothnagel de quaestie experimenteel aanvatte, door bij verschillende proefdieren per os chloroform of aether toe te dienen en langs dezen weg narkose te verwekken. Langen tijd hierna was het tegenwoordig met den naam van geprotraheerde chloroformdood bestempelde beeld in vergetelheid verzonken, totdat Ferrier in 1884 aantoonde, dat in talrijke gevallen na de narkose albumen in de urine optrad, en hij deze abuminurie in direct verband bracht met de chloroform.

Hoewel in 1870 Hegar en Kaltenbach in Virchow's Archiv hetzelfde hadden aangetoond bij eene gezonde genarkotiseerde gravida, was het toch de publicatie van Ferrier, welke aanstoot gaf tot mededeelingen van Nachod, Eisendrath, Bastianelli, Fraenkel, Uxgar en vele anderen.

Wanneer wij nu van pathologisch-anatomisch standpunt na willen gaan of het met den dood eindigende ziektebeeld, dat soms na de chloroformnarkose optreedt als op zich zelf staande aandoening recht van bestaan heeft, dat wil dus zeggen of daarbij gevonden worden bepaalde, min of meer constante pathologisch-anatomische afwijkingen, zal het zijn nut hebben

Sluiten