Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de geneeskunde grootendeels door priesters waargenomen werd, zoo wisten in dezen tijd de monniken in de kloosters deze aan zich te trekken.

Intusschen werd echter bij de Arabieren de geneeskunde bevorderd door verbeteringen aan te brengen in de bereiding van artsenijen; zij leerden siropen en conserven te vervaardigen. De bloeitijd van de Arabische geneeskunde valt tusschen de achtste en dertiende eeuw.

In Europa was Karei de Groote (718-814) het, die door zijne rijksverordeningen een tijdlang ook het aanleggen van kruidentuinen bevorderde.

Italië kan nog wijzen op den bloei van de school te Salerno, waar men zich voornamelijk in de 10e, 11e en 12e eeuw ijverig toelegde op het kweeken van geneeskrachtige planten. In de Salernitaansche school verhief Constantinus Afer de Pharmacie tot een bijzonder leervak. Hij werd Benedictyner monnik, en vooral van af dezen tijd werd de beoefening van de geneesmiddelleer meer en meer het werk der monniken.

In de zestiende eeuw ondervond, evenals alle kunsten en wetenschappen, ook de geneeskunde den verheffenden invloed van de drie gebeurtenissen, die de wereldgeschiedenis wijzigden, namelijk de uitvinding van de boekdrukkunst (1423), de ontdekking van Amerika (1492) en de Hervorming (1517). Thans begon men, door het vervaardigen van houtsneden en door uitvoerige beschrijvingen van de planten, de kennis der geneesmiddelen meer onder het bereik der studeerenden te brengen. Zwaarlijvige folianten werden gedrukt; daaronder zijn te vermelden de werken van Hieronymus Bock, die de inheemsche planten behandelde met bijna 600 afdeelingen ; van Leonhard Fuchs, Rembertus Dodonaeus, Carolus Clusius en Hieronymus Brunschwygk.

Hoewel reeds Arnold Villanovanus (einde van de 13de eeuw) de toepassing van alchymistische preparaten voor geneeskundige doeleinden aanbevolen had, en eveneens Basilius Valentinius (midden der 15de eeuw) met nog meer nadruk dit gedaan had, werden toch nog tot op dezen tijd bijna uitsluitend genees-

Sluiten