Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"»j diuja luegescnenen een Dewijs te zijn van de strenge logica van Huygens, die zijn wet afgeleid had uit waarnemingen, waarbij voornamelijk de zwaartekracht of krachten van menschen, dieren, van den wind of van water werkzaam waren en die te zeer doordrongen was van de geringe kennis aangaande warmtewerkingen, magnetisme en electriciteit om ook tot deze verschijnselen zijn conclusie uit te strekken.

Het bovengenoemde voorbeeld kan nog uit een ander oogpunt beschouwd worden; ieder lichaam boven de aarde verheven kan dalen en daarbij weerstand overwinnen, dus arbeid verrichten; het lichaam wordt gezegd arbeidsvermogen van plaats te bezitten; hoe lager het lichaam geplaatst is, hoe minder arbeid het tengevolge van zijn gewicht kan verrichten; hoe minder arbeidsvermogen van plaats het heeft. Daalt dus b.v. het bovengenoemde lichaam van i kilo, dan verliest het arbeidsvermogen van plaats; dit dalen heeft echter het rijzen van het lichaam van 100 kilo tengevolge; maar wegens de betrekking tusschen de gewichten en de vertikale verplaatsingen, zal het eene lichaam evenveel arbeidsvermogen verliezen als het andere wint; in het stelsel gevormd door de aarde en den belasten hefboom, blijft dus bij de beweging van den hefboom om het steunpunt de hoeveelheid arbeidsvermogen constant.

Denken we ons echter het lichaam van i kilo los gemaakt, dan zal het beginnen te vallen; hoe lager het komt des te sneller is zijn beweging. Het is echter bekend dat ieder lichaam, dat zich beweegt, ten gevolge dier beweging, arbeid kan verrichten en zonder veel moeite kan bewezen worden, dat het gedurende den val op ieder oogenblik juist zooveel arbeidsvermogen van beweging bezit als de vermindering bedraagt

Sluiten