Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaf blijkbaar t idee, dat men met het onderwijs in andere leervakken niet te maken had, zich plaatsende op het standpunt, dat de teekenakte een akte van bevoegdheid is, om teekenonderwijs te geven — zonder meer.

Kesumeerende kom ik tot de volgende slotsom, tot de volgende stellingen als 't ware :

a. Het teekenonderwijs aan de Lagere School, gegeven volgens de Hamburger Methode kan het vak Vormleer, waarvan het als verplicht leervak bij de wetswijziging in 1889 de plaats innam, niet vervangen, omdat het den meetkunstigen grondslag verwerpt.

b. Het teekenonderwijs volgens de nieuwe richting is totaal ongeschikt, als grondslag te dienen voor het latere vak-teekenonderwijs, ongeschikt voor den toekomstigen ambachtsman en houdt dus te weinig rekening met hetgeen het gros van de leerlingen in 't leven noodig heeft, met het doel, waarmee het vak als verplicht leervak aan de L. S. is ingevoerd.

Ie. Omdat het den meetkunstigen grondslag verwerpt.

2e. Omdat het vak correct teekenen eischt in plaats van schetsmatig teekenen, een teekenen van zuivere lijnen met vaste hand.

3e. Omdat volgens de nieuwe richting de ontwikkeling van het gevoel voor lijn, het gevoel voor vorm niet voldoende tot zijn recht komt, terwijl het aanbrengen van gevoel voor kleur, voor kleurenharmonie wordt opgeofferd aan kleurenreproductie naar de natuur, wat in het vak in 't algemeen zelden of nooit voorkomt.

4e. Omdat toepassing van teekenen in het vak eischt, dat kleurstudie geheel ondergeschikt blijft aan vormstudie en natuurstudie in den geest als de Hamburger methode wil in de praktijk, in 't leven, zelden of nooit toepassing vindt.

Sluiten