Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op de persoonlijke aanvallen zou ik het liefst niet willen antwoorden, doeli dit is hier niet geheel te vermijden, omdat zij somtijds zeer dienstig zijn voor eene beoordeeling van des heeren Pennink betoog aangaande de zaak, waarom het hier voornamelijk gaat: het al dan niet aannemelijke van de verzoutingstheorie.

Dit vraagstuk kan alleen langs empiriseh-wetenschappelijken weg worden uitgemaakt, n.1. door afleiding uit eene reeks van waarnemingen, doch daar aan den ecnen kant de eerste voorwaarde voor wetenschappelijkheid waarheid is en deze aan den anderen kant bij eene partijdige in slechte handen is, kunnen aan waarnemingen door een partijdige verricht niet die overtuigende kracht worden toegekend, die voor een bewijs op streng wetensehappclijken grondslag wordt vereiseht.

Daarom kan eene volledige kennis van het onderhavige vraagstuk allaen worden verkregen door eene geheel onpartijdige en tevens scherpzinnige afleiding uit eene reeks van waarnemingen, die door personen van afwijkende meeningen zijn gedaan, terwijl aan proef- of waarnemingen uitgevoerd met het oog op een vooraf beoogden uitslag nauwelijks eenige waarde is te hechten.

Met de hierbedoelde onderzoekingen zal eene lange reeks van jaren heengaan en daarbij zullen de ervaringen, die opgedaan zijn bij do exploitatie van Duinwaterleidingen in 't algemeen en van de 's Gravenhaagsche in *t bijzonder eene belangrijke rol spelen.

Reeds nu is o. a. uit de laatstgenoemde exploitatie, zulks in strijd met de vroeger gehuldigde Amsterdamsche tlieoriën, gebleken, dat bet duinwater gedurende zeer langen tijd op oen peil kan worden gehouden van verschillende meters beneden A. l\, zonder het minste spoor van verzouting te veroorzaken, ten bewijze waarvan diene het feit, dat in het aedeelte van de s Gravenhaagsche watervang, waarin het peil — zooals in mijn advies van Juni a. p. uiteengezet — c. a. 12 jaren lang is gehouden beneden 2 M. A. I'., op eene diepte van '28 a 40 M. 4- A. 1\, op den huidigen dag een ehloorgehalte wordt aangetroffen van 27 tot 34 111.gr. per Liter, dus kleiner dan die aan de oppervlakte van den grondwaterspiegel (35 a 35.5 m. gr. per Liter).

Ook in andere opzichten zijn de bij de 's Gravenhaagsche Duinwaterleiding vooropgestelde inzichten aangaande het watergevend vermogen van de duinstreek bevestigd.

Zoo kwam bv. de Commissie van Onderzoek in zake de Amsterdamsche Duinwaterleiding in 1891 tot de slotsom, dat bij eene exploitatie van de gehecle duinenrij tusschen IJuiuiden en Noordwijkerhout reeds in 1910 een tekort zou ontstaan.

E11 wat zien wij ?

Amsterdam en Haarlem verheugen zich anno 1908 in eenen ruimen aanroer rau duinwater, terwijl nergens eenig spoor rai een te kort is te ontdekken, en dat, terwijl van de hier genoemde duinstreek niet eens Vï gedeelte in exploitatie is.

Sluiten