Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een naast de Staat bestaand instituut, en dat willen wij niet. Wij gaan veel verder; in onze ogen en in de vrije gemeenschap, die wij nastreven, is de Kerk een eenvoudig privaat-genootschap, een vereni ging, die aan dezelfde wetten is onderworpen als alle andere verenigingen en genootschappen. Het is de gedachte der absolute gelijkheid, die wij hier uitgedrukt hebben .. .

In verband met deze passage over de Kerk eisen wij: „Weltlichkeit der Schule". Dat betekent, dat de religie met de school absoluut niets te maken heeft. Dit te eisen zijn wij principieel verplicht en t punt is zo duidelik, dat 't geen verklaring behoeft. Echter is t nodig, alle misverstand, alle bewuste en onbewuste misvattingen te voorkomen, waartoe een dergelike eis in ons program aanleiding zou kunnen geven. Daarom was een zeer zorgvuldige formulering noodzakelik. Men weet (en dat weten we ook hier) hoe de geestelikheid de strijd om de school met de grootste hardnekkigheid voert, hoe ze de schoolkwestie op de voorgrond schuift. Men weet van hoeveel belang t is voor de geestelikheid, katolieke, protestantse en andere, de heerschappij over de geesten te behouden en te bevestigen. Men weet, hoe de sociaal-demokratie als 't rode spook wordt voorgesteld; hoe 't van ons heet en hoe met name de geestelikheid van ons zegt: wij zijn een partij van atheïsten en willen als sociaaldemokraten ieder de godsdienst gewelddadig ontnemen en de kerk gewelddadig onderdrukken. Om dergelike demagogiese laster en vrome leugens reeds van te voren de pas af te snijden, verklaren wij hier, dat de verhouding tot de religie zaak is van ieder persoon voor zich, verklaren we de religie voor privaatzaak.

Ik stem toe, mij lang te hebben verzet tegen de opneming van deze verklaring die vanzelf spreekt, maar door praktiese redenen geboden wordt. Maar met 't oog op de systematiese verdachtmaking van onze houding tot de godsdienst scheen 't mij nodig 't uit te spreken. De sociaal-demokratie als zodanig heeft met de religie niets te maken. Ieder mens heeft te denken, te geloven, zo hij wil, en niemand heeft 't recht iemand in zijn denken en geloven te beperken, hem van zijn denken en geloven enig nadeel, van welken aard ook, te doen ondervinden. Maar de meningen, 't geloof op zich zelf, moeten vrij zijn, absoluut vrij — wij als sociaal-demokraten hebben ze te eerbiedigen en de sociaal-demokraat, die 't recht, de waarde zijner medemensen acht, moet zich steeds hoeden, 't geloof zijner medemensen te beschimpen.

\\ anneer wij 't echter onze plicht achten, uit te spreken, dat wij niemand zijn geloof roven, niemand in de uitoefening daarvan willen hinderen, dan moeten we toch de geestelikheid geen gelegenheid

Sluiten