Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zand, Noord broek) tot aan de kleigronden van Hunsingoo en Fivelingoo, dat alles zou verdwenen zijn. Dit heeft, Rengers van ten Post in zijne Kroniek reeds naar waarheid gezegd : „De oorzake der Dullerts inbraeck is mede „gewest, wantet-lege landen unde thomdeel darchachtig „weren; unde wen nu ook de oostersche dycken weggingen, „solde een gelyke Dullert te vermoden zyn tusschen Ooster„werum, Wagenborg, Tjuchem, Woltersum, Meethusen. „Tusschen Duerswolt unde den kleilanden sint doch all „lege und dargachtige landen, welke meestendeels niet hoger „sint alse de Dullartsgrund."

In die zes eeuwen, vooral in de drie laatste, is het Dollardbekken evenals vroeger de Zuiderzeekom, met eene nieuwe laag zware klei aangevuld, die zich heeft afgezet op de oude veenlaag, zooveel als daarvan was overgebleven. Zoo vond ik in de oudste westelijke inpoldering (bij de Zwaag) slechts 0.9 M. nieuwe klei en verder in de:

Oudlandpolder 1 Meter nieuwe klei op veen (bedijkt in 1626); Oud Nieuwlandpolder 1,5 tot 2 M. nieuwe klei op veen (bedijkt in 1665); Nieuwlandpolder 2 M. klei op 0,7 M. veen (bedijkt in 1701); Oostwolder polder 3—2 M. klei op veen (bedijkt in 1769); Finsterwolder polder 3, 3—2 M. klei op veen (bedijkt in 1819); Reiderwolder polder, in 1859 door mij gemeten, toen hij nog als kwelder bestond, tusschen 3 en 4 M.

Telkens na elke bedijking lag daarvóór een stuk kweldergrond, nog niet hoog genoeg om ingepolderd te worden, en daarvóór de slikken, die neg eiken dag den vloed van brak water ontvingen. Vóór de slikken is zeezand bezon ken evenals in het Noordelijk gedeelte der Zuiderzee

Ook in het Oostelijk gedeelte van den Dollardboezem heb ik in de achtereenvolgend bedijkte Dollardpolders hetzelfde waargenomen.

Nieuw Beertapolder ± 2} M. klei op veen, bedijkt in 1656; Kroonpolder > 2 „ „ , „ „ „ 1696;

Stadspolder > 2 „ „ „ „ „ „ 1740.

Sluiten