Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

charter van den 16en Juni 1701, door koning Willem III van Engeland verleend, kreeg zij haar bestaansrecht en daarbij een min of meer officieel karakter. Eene vertegenwoordigster der kerk werd zij, al was zij haar ambtelijk orgaan niet. De aartsbisschop van Canterbury is eo ipro haar voorzitter, hare zendelingen worden aangenomen, nadat eene commissie, benoemd door de aartsbisschoppen van Canterbury en van York en den bisschop van Londen, ze geëxamineerd en geschikt bevonden heeft. Haar geheele arbeid in de landen der heidenen en Mohammedanen staat onder controle van de koloniale en zendingbisschoppen. 't Liefst noemt de S. P. G. zich de „almoner of the church", zij is een werktuig der kerk. De bisschoppen beschikken over een groot deel van haar geld. Zij correspondeert met hare zendelingen alleen door de bisschoppen en het locaal comité.

De S. P. G. is hoog-kerkelijk, en laat de meer gematigden niet toe, leden te worden. Daarom is de C. M. S. ontstaan. Bijzonder karakteristiek voor de ritualistische richting der S. P. G. is ook het opkomen van monnikachtige broeder- en zusterschappen, waarvan de S. P. G. eene heele reeks gebruikt. Het meest bekend zijn de Dublin-University-Mission te Chota Nagpur en de Cambridge-University-Mission te Delhi, wier leden kweekelingen zijn der Britsche Universiteiten te Dublin en te Cambridge. Zij leggen, ten minste voor den tijd van hunnen missionairen dienst, de gelofte van het celibaat af, hebben gemeenschappelijke woning en gemeenschappelijke tafel.

De kosten van deze missies worden bijna geheel door Academische zendingsvereenigingen te Dublin en te Cambridge gedragen. De S. P. G. heeft geen andere zendingen dan in de Engelsche bezittingen, tenzij er elders Engelsche nederzettingen zijn, z.a. op Madagascar, in China, Japan, Korea en op Hawaiï. Overal stuurt zij aan op de oprichting van episcopaten. Eerst omstreeks 1830 begon zij in de heidenmissie in te gaan. Te voren nam zij het eerst de Engelsche kolonisten aan, doch thans is 3/4 van hare inkomsten voor de zending en 1/k voor den arbeid onder de kolonisten.

Sluiten