Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wetten van Indië verklaren uitdrukkelijk, dat alles wat een vrouw of een slaaf mocht verdienen, zelfstandig eigendom is van den meester „dien zij toebehooren." ') Van de geboorte tot den dood zijn de vrouwen volkomen onvrij; als meisje zijn zij van haar vader, als vrouw van haar man, als weduwe van haar zonen of bloedverwanten afhankelijk. 2)

Uit dit alles blijkt dat de vrouwen in het Oosten slechts een werktuig tot voortplanting van het geslacht waren. Buiten hun eenig beroep, dat van het moederschap, hadden zij geenerlei waarde of beteekenis; ja zij werden zoo uitsluitend als werktuig, als middel tot het doel beschouwd, dat van die eerbiedige vereering die het moederschap in de verbeeldingsgestalten van talrijke godinnen onder de volkeren van het avondland genoot, in het Oosten, met uitzondering van Egypte, niets te vinden is. Ook als moeder werd hier de vrouw veracht en wel zooveel te meer indien zij, inplaats van den enkel gewenschten zoon, een dochter baarde. 3) De Jodin die een knaap ter wereld bracht, bleef zeven dagen onrein; was het kind een meisje, dan bleef zij het veertien dagen. Zij mocht van nog zoo hooge afkomst en de moeder van een bloeiend geslacht zijn, zij bleef steeds een onheilig schepsel, door staat en godsdienst slechts als een noodwendig kwaad aangemerkt. Met deze opvatting kwam ook uit de mythe overeen van de stammoeder Eva, van wie alle zonde en al het ongeluk der menschheid uitging. De vrouw, zeide Manu, is laag als de valschheid zelve, zij moet als kinderen en krankzinnigen met de roede of de koorde getuchtigd worden. 4) Slechts de man heeft, volgens het geloof der Chineezen, een onsterfelijke ziel. 5) Brahma verbiedt de vrouw de Veda, het heilige boek der Indiërs, te lezen; de Koran leert dat de poorten van het Paradijs voor vrouwen eeuwig gesloten blijven; met de kinderen en slaven staan de hebreeuwsche vrouwen op één lijn, in zooverre ook haar de aanraking der wet niet toegestaan is. De Talmoed schat de eer der vrouw naar haar vermogen, want alleen dan geldt zij als wettige vrouw, haar kinderen als wettige erfgenamen, als zij een huwelijksgift meebrengt, anders is haar verbintenis met den man slechts een konkubinaat. 6)

De ontwikkeling van de kuituur der oude oostersche volken stond reeds ver genoeg in den begripskring van het „heilige" eigendom, om de misdaad van arm te zijn door schande te straffen. Groot was daarom

1) Wetboek van Manu, t. a. p., blz. 315.

2) Wetboek van Manu, t. a. p., blz. 185 en 318.

3) Zie E. Legouvé. Histoire morale des femmes. Paris, bl. 13 en vlgg.

4) Wetboek van Manu, t. a. p., bl. 319 en 355.

5) Zie Huc, L'empire chinois. Paris 1857, aangehaald bij Gide.

6) Zie Paul Gide, t. a. p., bl. 32 en vlgg.

Sluiten