Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoe men zich aan die straf onttrekken kon: zij lieten zich inschrijven in de lijsten der prostituees die hun beroep straffeloos konden uitoefenen. ') Met de toenemende weelde nam de ongehuwde staat de overhand; de mannen vreesden de kostbaarheid van een eigen huishouden en gaven de voorkeur aan een vrij, bandeloos leven, dat de denkers en dichters hun zelfs aanbevalen. 2) Zelfs een der beste mannen van het toenmalige Rome, de censor Metellus Macedonicus, die den burgers den plicht om te huwen nadrukkelijk inprentte, noemde dien plicht een zwaren last, dien de man alleen uit vaderlandsliefde op zich nemen moest, 3) opdat de staat niet ten onderging. Wat de grieksche wetgeving reeds vroeger als een der eerste burgerplichten op den voorgrond stelde _ door een talrijke nakomelingschap het vaderland van nut te

zjjn dat had de romeinsche eerst laat in haar bepalingen opgenomen.

Want voor den Romein was de aanduiding kinderverwekker proletarius

langen tijd een eerenaam geweest; eerst met den ondergang der

republiek was het een scheldnaam geworden. Door de vrouwen werd het baren als een zeer onaangename aantasting van haar schoonheid en zucht tot genoegen gevoeld. De mannen wenschten zoo weinig mogelijk kinderen, opdat hun opgehoopte rijkdom niet versnipperd zou worden. Dientengevolge dreigde de kinderloosheid noodlottig te worden; de wetgeving moest hulp brengen. Gedurende Caesar's consulaat werden verordeningen uitgevaardigd volgens welke ongehuwden geen legaten mochten aannemen en de vaders van vele kinderen aanzienlijke voorrechten zouden genieten. 4) Maar de bedoelde zegeningen dezer wet hadden in de handen der ontaarde burgers een tegenovergestelde uitwerking. Er werden huwelijken gesloten alleen om de erfemssen niet te ontgaan; vele mannen werden koppelaars van hun eigen vrouwen, om aan de voorrechten deel te nemen van hen die veel kinderen hadden.

Steeds dieper zonken de vrouwen. De meer begaafden onder haar, wie een leven van genotzucht niet bevredigen kon, trachtten door achterdeurtjes in de voor haar gesloten heilige hallen der politiek binnen te dringen, of zij maakten gebruik van het eenig openbare recht dat zij bezaten — dat van te pleiten voor het gerecht — om haar ledig leven daardoor inhoud te geven. Wellicht dat er onder haar vrouwen waren die door haar vrijmoedigheid den toorn der mannelijke heerschers opwekten, wellicht dat zij voor een goede zaak opkwamen en groote

1) Zie Friedlünder, Darstellungen aus der Sittengeschichte Roms, 7e druk, Leipzig, 1901, I, blz. 254 en vlgg., alsmede Tacitus, Annalen, en de Epigrammen van Martialis.

2) Horatius, Satiren, in de vertaling van H. Düntzer.

3) Zie Mommsen, t. a. p., deel II, blz. 404.

4) Zie Mommsen, t. a. p., deel III, en Gide, t. a. p., blz. 140 en vlgg.

Sluiten