Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de weelde der vrouwen in Griekenland had te waken; in plaats daarvan zoude er „slechts een censor zijn die de mannen leerde, hunne vrouwen behoorlijk te leiden." ')

En Cornelius Nepos keurt in de voorrede van zijn biografieën niets anders goed, dan dat de romeinsche vrouw in tegenstelling tot de grieksche aan gastmalen deelnemen, bezoeken ontvangen, en niet als deze in het vrouwenhuis opgesloten zijn zou. 2) Belangrijker dan deze korte bemerkingen die alleen vermeldenswaard zijn, omdat hun beteekenis licht overschat en Cicero soms als voorvechter der vrouwenemancipatie verheerlijkt wordt, is het geschrift van Plutarchus over de deugden der vrouwen. Hij verhaalt daarin van een groot aantal edele en moedige vrouwen en verklaart in de inleiding, door deze historische bewijsvoering de stelling te willen bevestigen dat de deugd van man en vrouw gelijk is. 3) Maar ook hij is er ver van, de gevolgtrekking daaruit te maken van de noodzakelijkheid van gelijke rechten.

Veel meer dan dezen twijfelachtigen „voorvechters" der vrouwenzaak ging een anderen, geestelijk en moreel hooger staanden romeinschen schrijver — Tacitus — de nood van zijn tijd, de onwaardige positie zijner vrouwelijke landslieden ter harte, en met dieperen ernst dan zij trachtte hij daartegen te strijden. Hij ontwierp van het volk der Germanen een beeld van enkel licht en de gedachte ligt voor de hand dat hij het hoofdzakelijk geschreven heeft, opdat Rome uit deze eenvoudige reinheid tot het inzicht zoude komen van zijn eigen verdorvenheid. Hij geloofde meer aan de uitwerking van een goed voorbeeld dan aan die van welmeenende preeken en overwoog daarbij niet dat goede zeden zich niet door goeden wil laten overplanten, maar vanzelf uit den gezonden bodem van den volksaard moeten opgroeien.

Bij alle volken wier ontwikkelingstrap het dichtst bij den oertoestand staat, die de scherpe tegenstelling van arm en rijk, vrij en onvrij nog niet kennen, is de toestand der vrouwen een naar verhouding gunstige, wijl de voor het gansche gezin noodzakelijk te verrichten arbeid alleen bij haar berust, wijl de ontwikkeling der beide geslachten gelijk is en de overoude goddelijke vereering van het moederschap haar verheven licht ook nog op de vrouw doet vallen. De germaansche vrouw scheen Tacitus in haar kuischheid, haar vlijt, haar eenvoud, als het lijnrechte

1) Zie M. Tullius Cicero, Zes boeken van den Staat. In de vertaling van F. Bahr (Berlin, Langenscheidtsche Buchhandlung), boek IV, blz. 198 en volgg.

2) Zie Cornelius Nepos. In de vertaling van C. G. Rosse (Aschersleben, 1880), Voorrede.

3) Zie Plutarchus' Werken, Deel 24 : Zedelijke Geschriften. In de vertaling van J. Christ (F. Bahr, Stuttgart 1830), blz. 744-802.

Sluiten