Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontaarding der slechts uit handelsoogmerken gesloten huwelijken afgeleid, en de eisch, om het vrouwelijk geslacht den weg te openen tot eerlijken arbeid die het mogelijk maakt in het levensonderhoud te voorzien, werd steeds luider en stelliger uitgesproken. In een verzoekschrift der vrouwen aan den koning vond die eisch zijn duidelijkste formuleering. De mannen, zoo heet het daarin, moeten de beroepen die den vrouwen toebehooren, het kleermaken, het borduren, het modemaken, enz., niet mogen uitoefenen ; daartegenover zouden de vrouwen zich verplichten, noch kompas, noch winkelhaak te voeren; ,,wij willen arbeid hebben, niet om het gezag der mannen aan ons te trekken, maar om het leven te !, bewaren." ') Een resultaat hadden haar wenschen natuurlijk niet, maar het vraagstuk van den vrouwenarbeid, eenmaal opgeworpen, kon niet meer over het hoofd gezien en vergeten worden. Het oefende zijn invloed in de discussies over den toestand der gilden, die, zooals bekend is, het vrouwelijk geslacht langzamerhand geheel uit hun kring verdrongen hadden en welker ontbinding in 1791 derhalve van den kant der \ vrouwen met jubel begroet werd. Het beteekende voor haar, om het even welke de verdere gevolgen waren, de erkenning van de rechtsgelijkheid van het vrouwelijk geslacht op het gebied van den handenarbeid.

Het openbaar optreden der vrouwen van het arbeidende volk beperkte zich nochtans niet tot petities en vlugschriften, en het is bekend, hoe de tegenstanders der Omwenteling er behagen in scheppen, haar ingrijpen in den toenmaligen strijd met de gruwelijkste kleuren te schilderen, terwijl zij Schiller's woord van de vrouwen die tot hyena's worden, trachten te illustreeren. Zeker is het, dat de storm van ontketende hartstochten nergens meer verderf zaait, dan waar hij met alle geweld onderdrukt was, en dat er onder de vrouwen zoowel als onder de mannen avonturiers en misdadigers waren, zooals die in tijden van opwinding overal plegen op te doemen. De heldinnen der Omwenteling zijn echter van dezen wel te onderscheiden. De 9de October van het jaar 1789 was de dag van haar triomf. De hongersnood in Parijs, de geruchten der schandelijke gebeurtenissen in Versailles, hadden de opwinding van het parijsche volk tot het uiterste doen stijgen, maar niet de mannen, doch de vrouwen, de arbeidsters der voorsteden, de koopvrouwen van de hallen waren het, die tot daden overgingen. Nadat zij eerst het raadhuis bestormd en vergeefs brood geëischt hadden, trokken zij, 8000 in getal, naar Versailles. *)

1) Zie A. Lefaure, Le socialisme pendant la révolution. Blz. 122. Aangehaald bij Ostrogorski, Die Frau im öffentlichen Recht. In de vertaling van Franziska Steinitz (Leipzig 1897), blz. 31.

2) Zie Blanc, t. a. p., 3de deel, blz. 170—255.

Sluiten