Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Leipzig en Hannover sinds eenige jaren bestonden, ') werden ook in andere plaatsen opgericht, om de meisjes bovenal tot den handel voor te bereiden; zij dankten haar ontstaan evenwel haast uitsluitend aan particulieren steun. Staats- en gemeentebesturen wezen alle hulp af. Nog ongenaakbaarder was hun houding, zoodra zij voor het vraagstuk der wetenschappelijke opleiding van de meisjes gesteld werden. Fanny Lewald had haar toelating tot de bestaande gymnasia geëischt; 2) de Algemeene Duitsche Vrouwenvereniging was reeds voorzichtiger, toen zij op een harer algemeene vergaderingen instemming betuigde met de redevoering van Dr. Wardt, die de stichting van hoogere burgerscholen 3) voor meisjes bepleitte. Maar niet alleen binnen, ook buiten de vereeniging waren nog genoeg angstige gemoederen die vreesden dat de vrouwelijkheid gevaar liep, of het streven der vrouwen met hoon en spot overlaadden. Onder de politici zoowel als onder de mannen der wetenschap bevond zich geen verdediger van haar zaak. Het eerste verzoekschrift der Lette-vereeniging om oprichting van meisjesgymnasia werd met verontwaardiging afgewezen 4); en Heinrich von Sybel maakte zich tot woordvoerder der tegenstanders van de vrouwenstudie, toen hij zich scherp tegen iedere emancipatie te weer stelde en het wachtwoord van het „eenig beroep" der vrouw, dat van echtgenoot en moeder, schiep, dat de dichterlijke zoowel als de prozaïsche vijanden der vrouwenbeweging met gelijke vaardigheid sinds dien bezigen. Geheel blind kon echter zelfs hij niet blijven voor de feitelijke omstandigheden, die het velen vrouwen onmogelijk maakten, haar ,.eenig beroep uit te oefenen, en zoo kwam hij tot de inconsequentie, ter wille van de ongehuwden de oprichting van natuurwetenschappelijke, medische en handelsscholen wenschelijk te verklaren. 5)

Een dergelijke stemming vertoonde zich overal: men gaf de noodzakelijkheid eener betere opleiding van meisjes toe, maar men hoedde zich angstvallig te erkennen, waardoor deze noodzakelijkheid veroorzaakt werd. Teekenend waren hiervoor de besprekingen van de vergadering van onderwijzers aan meisjesscholen te Weimar in 1872. Een reorganisatie van het middelbaar onderwijs voor meisjes, zelfs wettelijke regeling ervan werd algemeen gewenscht, de broodwinningskwestie echter lafhartig ver-

1) Zie Dr. H. Grothe, Die Frau und die Arbeit. In den Arbeiterfreund, 5de jaargang 1867, blz. 337 en vlgg.

2) Zie Fanny Lewald-Stahz, t. a. p., blz. 21.

3) In het Duitsch: Realgymnasien. Vert.

4) Zie Jenny Hirsch, Geschichte der 25-jflhrigen Wirksamkeit des Lettevereins. Berlin 1891. blz. 59.

5) Zie Heinrich von Sybel, Ueber die Emanzipation der Frauen. Bonn 1870.

Sluiten