Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mannelijk geslacht beschouwd, de vrouwen zijn overal, hier wat langzamer, daar wat sneller, aan het vooruitdringen en geen vijandschap, hoe ook, was in staat dat vooruitrukken te stuiten.

Deze gelijke verschijnselen moeten tot gelijke oorzaken te herleiden zijn.

De eerste grond, aangevoerd om den strijd der vrouwen om een broodwinning te verklaren, pleegt deze te zijn, dat in het meerendeel der cultuurlanden het vrouwelijk geslacht het mannelijke in aantal overtreft, en het huwelijk, dat in de burgerlijke kringen haast altijd een verzorging der vrouw beteekent, voor velen volstrekt onbereikbaar is. Deze motiveering blijkt in zooverre steekhoudend, als de broodvraag zoo veel te meer de stuwende kracht der vrouwenbeweging pleegt te zijn, naarmate het overschot aan vrouwen in het land grooter is. De volgende tabel strekt tot bewijs: ')

Aantal vrouwen

LANDEN Tellingsjaar op

1000 mannen

Duitschland 1890 1040

Oostenrijk 1890 1044

Zwitserland 1888 1057

Nederland 1889 1024 »-

België 1890 1005

Denemarken 1890 1051

Zweden 1890 1065

Noorwegen 1891 1092

Groot Britannië en Ierland 1891 1060

Frankrijk 1891 1®®^

In de Vereenigde Staten daarentegen, waar de vrouwenbeweging in de eerste plaats een staatkundige is en het binnendringen der vrouwen in burgerlijke beroepen zeer weinig tegenstand ondervindt, komen op 1000 mannen 953 vrouwen. Beschouwen wij Noord-Amerika echter nauwkeuriger, dan blijkt het dat de vrouwenbeweging in de oostelijke staten, waar op de 1000 mannen 1005 vrouwen geteld worden, niet slechts haar oorsprong genomen, maar ook haar krachtigste uiting gevonden heeft, terwijl de westelijke staten, waar tegenover 1000 mannen maar 698 vrouwen staan, slechts licht door haar beroerd worden.

Tegenover het motief van het teveel aan vrouwen heeft menig tegenstander der vrouwenbeweging het feit gesteld dat de getelde bevolking der aarde een teveel aan mannen vertoont. Voor zooverre

1) Zie Georg von Mayr. Statistik und Gesellschaftslehre. 2de deel. Freiburgi. B. 1897, blz. 70 en vlgg.

Sluiten