Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als een ondragelijke belasting, de percentages voor de agenten rusten. Daarbij wordt de weelde meer en meer opgevoerd, het inkomen meer en meer gedrukt, wijl in de groote steden het euvel der aanstelling van zoogenaamde „luxe-dametjes," die vaak van iedere gage afzien, doch daarentegen aan de directie tengevolge van haar rijke vrienden een groot vertoon van toiletten waarborgen, hand over hand toeneemt ')•

Werpen wij nog een blik op het groote, snel stijgende aantal der vrouwelijke auteurs, dan blijkt dat haar groote medewerking aan familiebladen van den tweeden en derden rang, voor het grootste deel aan haar geringe aanspraken toe te schrijven is. Zelfs in Engeland, het Dorado van schrijvende dames, zijn het slechts de weinige uitstekende schrijfsters die, dank zij haar talent, een schitterend bestaan hebben. Over 't algemeen kan 100 pd. 's jaars reeds als een zeer goed inkomen gelden. 2) Ditzelfde geldt voor de vrouwelijke journalisten, die in Duitschland aanmerkelijk slechter gesteld zijn. Ook de vrouwelijke teekenaars en schilders, zoowel als de in alle takken der kunstnijverheid werkzame vrouwen, stellen zich met betalingen tevreden, die men een man zelfs niet wagen zou aan te bieden.

Het snel voortdringen der vrouw in de burgerlijke beroepen valt na dit alles minder uit beter werk, dan uit geringer aanspraken te verklaren. Zelfs de staat handelt niet anders dan iedere fabrikant die arbeidsters te werk stelt: het is een bezuiniging voor hen. De oorzaken echter der lage betaling van vrouwenarbeid zijn op het meest verschillend gebied te zoeken. In de eerste plaats is de vrouw als zelfstandige broodwinster een begrip, dat met het traditioneele der vrouw, die door den man onderhouden moet worden, volkomen in tegenspraak is. De belooning van haar arbeid geldt daarom slechts voor een toeslag tot het levensonderhoud, niet voor de algeheele kosten daarvan en de sentimenteele verwijzing op de bescherming der familie, waarmee z.g. menschenvrienden het arme meisje helpen willen, is een plant van denzelfden bodem, waarop het ruwe cynisme groeit, waarmee kooplieden en schouwburgdirecteuren hun ondergeschikten in de armen van hulpbiedende „vrienden" trachten te drijven. Maar de schuld ligt niet alleen aan de zijde der broodgevers. Tot in den laatsten tijd is de opleiding der vrouw voor den beroepsarbeid onvoldoende en het daardoor gekweekte dilettantisme, vermindert niet alleen de waarde van den vrouwenarbeid in 't algemeen, maar onder den druk hiervan

1) Zie hiervoor: Dokumente der Frauen, t. a. p., 3e deel, No. 7, Juli 1900, blz. 236 en vlgg. — Konversationslexikon der Frau, t. a. p., hoofdstuk: Schauspielerin, 2de deel, blz. 393. — Women in Professions, London Congress, t. a. p., 3de deel, blz. 188 en vlgg.

2) Zie Miss Amy Bulley, t. a. p., blz. 4 en vlgg.

Sluiten