Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elke meubileering, een hoop vodden was het bed voor allen. En toch waren zij nog gelukkig te noemen, want niet minder dan 50000 menschen bezaten niet eens een onderdak; zij hoopten zich 's nachts voor zoover 't slechts mogelijk was, in de slaaphuizen opeen — mannen, vrouwen, ouden, jongen, zieken en gezonden, nuchteren en beschonkenen, allen door elkander, met hun vijven en zessen in één bed. Niet anders zag het er in het centrum der katoenindustrie uit, in Manchester, waar de millionairs van het land uit voortkwamen. Aan de Irk, een zwarte, stinkende rivier vol vuil en afval verhieven zich de arbeiderskazernes; om ellendig kleine binnenplaatsjes verdrongen zij zich, berookt, vervallen, vaak zonder deuren en vensters, met hokken van kamertjes waar voor talrijke gezinnen nauwelijks twee bedden plaats konden vinden; de meesten bevatten niets dan hoopen stroo. ') In denzelfden toestand verkeerden de arbeiderswijken in Frankrijk. Smalle stegen, waarin nauwelijks twee menschen naast elkander konden gaan, scheidden de huizen te Rijssel van elkaar. In het midden bevond zich een stinkende goot waarin al het vuile water geloosd werd; uit zuinigheidsoverwegingen waren de vensters der kamers niet zoo ingericht dat zij geopend konden worden en in de overvolle, slechts met stroo en lompen gestoffeerde ruimten heerschte een verpestende stank. Ouwelijke kinderen met gezwollen ledematen, vervreten door ongedierte, staarden met schuwe oogen den vreemdeling aan die in deze hel verdwaalde. 2) Welk een geluk voor hen dat de dood hen haast altijd verloste van de verdoemenis om te leven, want van de 21000 kinderen stierven 20700 voor het 5de jaar. 3) Twintig jaar later waren de omstandigheden nog geen greintje verbeterd! 4) In Rouaan waren de toestanden evenzoo: de toegang tot de woning was tegelijk een open kanaal voor het vuile water; wentel trappen zonder licht en zonder leuning leidden naar de hoogere verdiepingen. 5) Ontzettend is het beeld dat Villermé van Mülhausen geeft, waar tengevolge van de snelle industrieele vlucht op dezelfde ruimte die vroeger 7000 menschen bevatte, nu 20000 op elkaar gedrongen waren. Jules Simon zag in Rheims een vochtige, donkere, zich boven een privaat bevindende ruimte, die door twee arbeidsters en een echtpaar gemeenschappelijk bewoond werd; in Roubaix vond hij een donker hangkamertje boven een klein, door zes personen bewoond vertrek,

1) Zie Friedrich Engels, t. a. p., blz. 27 en vlgg.

2) Zie Villermé, Tableau de 1'état phisique et moral des ouvriers dans les manufactures de coton, de laine et de soie. Paris 1840, Ie deel, blz. 86 en vlgg.

3) Zie Blanqui, t. a. p., Ie deel, blz. 101 en vlgg.

4) Zie Jules Simon, t. a. p., blz. 156 en vlgg.

5) Zie Blanqui, t. a. p., Ie deel, blz. 71 en vlgg.

Sluiten