Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het aandeel der vrouwen in den thuisarbeid is volgens deze telling veel aanzienlijker dan dat der mannen en aanmerkelijk grooter dan het aandeel der arbeidsters aan den fabrieksarbeid in verhouding tot dat der mannen. De belangrijkste beroepstakken der belgische thuisarbeidsters zijn:

kantwerksters 49.158

kleederconfectie 7.166

handschoenfabricage 3.477

stroovlechten voor hoeden 2.611

I wolweven en -spinnen 2.458

linnenweven en -spinnen 2.383

breien 2.376

schoenmaken 1.437

Het groote aantal der kantwerksters valt hier bizonder in het oog. Het is des te meer opmerkenswaard, daar verreweg het grootste deel ervan, namelijk meer dan 47.000, op het land leeft. De vervolmaking der machinale kant is echter nu reeds een gevaarlijke mededingster, zij kan meer en meer een middel worden om het land ten gunste der industriesteden te ontvolken.

De ingrijpende beteekenis der huisindustrie ten opzichte van de in een beroep werkzame vrouwen schijnt na dit alles bewezen te zijn. Zij zou veel sneller haar verdienden ondergang tegemoet gaan, wanneer niet juist de vrouwen haar halsstarrig in het leven hielden, waarin zij door de ondernemers — alleen het toenemen der huisindustrieele bedrijven in Duitschland spreekt daarvoor — gesteund worden. De gronden hiervoor zijn deels in gebrek aan vrijheid van beweging te zoeken, waaronder de aan huis en kinderen geketende vrouw te lijden heeft en die den toegang der verlichte denkbeelden tot haar beletten, deels in het streven der op winst beluste ondernemersklasse, om materiaal, arbeidsruimten, verwarming, verlichting enz. te besparen en de arbeidswet te ontduiken. Een bewijs daarvoor is o. a., dat in het land dat industrieel het meest vooruit is, Engeland, de huisindustrie de geringste, en in een der meest achterlijke landen, b.v. in Oostenrijk, naar het schijnt den grootsten omvang vertoont. Daaruit blijkt echter ook duidelijk, dat de voortschrijdende ontwikkeling de huisindustrie in haar huidigen* vorm allengs vernietigen zal.

Nog een andere kring van vrouwelijke arbeiders verdient een bizonder onderzoek: diegenen namelijk die in persoonlijke of huiselijke dienstbetrekking zijn, en tot wie, behalve de dienstboden, de schoonmaaksters, kooksters enz., de waschvrouwen en de kellnerinnen behooren. Haar aantal is als volgt:

Sluiten