Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

arbeidsters; haast allen vertoonen teekenen van vergiftiging naastsnel afnemend gezichtsvermogen. ') Ook hier is de toestand volslagen hopeloos; de machine en de geweldige concurrentie der vrouwen onderling zijn de oorzaken.

Het is wellicht een troost, te kunnen zeggen dat de textielhuisindustrie aan het uitsterven is en de toestanden die zij medebrengt met haar verdwijnen zullen. Dit uitsterven gaat echter, helaas, niet slechts buitengewoon langzaam, dezelfde toestanden treft men veeleer ook aan bij andere huisindustrieën, die eveneens niet leven en niet sterven kunnen. Beschouwen wij bijv. die engelsche thuisarbeiders die lucifersdoosjes maken; in een kleine kamer werkt een moeder met haar kinderen tot het kleinste toe; de geheele, ook in den zomer verwarmde ruimte is gevuld met drogende doosjes,

reuk van slechte lijm vervult de lucht en 7 sh. per week is de hoogst bereikbare verdienste. 2) Of wenden wij ons naar die in de dorpen en gehuchten van Bohemen verstrooide glasarbeidersgezinnen, wier vrouwen het moeilijkste en voor de gezondheid meest nadeelige werk verrichten; uren ver, bij elke weersgesteldheid, op onbegaanbare bergpaden moeten zij de zware draagmanden slepen om waren af te leveren en materialen te halen, 3) of zij zijn bij het glasschilderen werkzaam en tengevolge der loodwithoudende verven aan vergiftigingsziekten blootgesteld. 4) Bleek en holoogig evenals zij zijn de glaspaarlenarbeidsters van Thüringen. Om aan de parelen dien gezochten parelmoerachtigen glans te geven, blazen de meisjes er een kwalijk riekende, vaak vergift bevattende lijmstof van vischschubben en gelatine in. Zij worden wel ziek aan maag en oogen, maar zij bereiken ook het fabelachtige loon van 50 tot 75 pf. daags! 5) Nog ellendiger er aan toe zijn de belgische stroovlechtsters die dagelijks 47 tot 57 c. verdienen en daarbij in handen . van den tusschenpersoon zijn die haar het liefst met waren beloont. 6) *\

Zelfs aangenomen dat deze soorten van huisindustrie, zonder kunstmatig ingrijpen, haar natuurlijk verval tegemoet gingen, dan zou daarmee de huisindustrie als zoodanig niet uit de wereld geholpen zijn. Want zooals zij eenerzijds door de grootindustrie gedrukt wordt — een proces dat in de textielhuisindustrie het duidelijkst zichtbaar is — zoo

1) Zie Barberet, t. a. p., 5de deel, blz. 375; Leroy-Beaulieu, t. a. p., blz. 220. Degreef, 1. a. p., blz. 88 en vlgg.

2) Zie Lady Dilke, The industrial position of women. London blz. 6 en vlgg.

3) Zie Berichte der k. k. Fabrikinspektion, t. a. p., blz. 51 en vlgg.

4) T. a. p., blz. 42 en vlgg.

5) Zie E. Sax, Die Hausindustrie in Thüringen, le deel, Jena 1882, blz. 112 en vlgg.

6) Zie Les industries è doniicile en Belgique, t. a. p., 2e deel, blz. 59 en vlgg.

Sluiten