Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met anderen. ') Beelden van ontzettende ellende vertoonen zich, wanneer wij deze woningen nader beschouwen: Op de vijfde verdieping van een berlijnsch huis bevindt zich een kamer met één venster en een kleine keuken zonder raam; daarin huist een verlamde oude vrouw, haar dochter die naaister is en de vier kinderen van deze. In een kelder in dezelfde stad woont in een keuken van 8 M2 grondoppervlakte een weduwe met vier kinderen, het kamertje ernaast heeft zij aan slapers verhuurd; in beide ruimten verschimmelen de meubels, zoo vochtig is het er. Dicht onder het dak, in twee kamertjes, huist een echtpaar met vier kinderen en een slaapster; de man vergaat op het lompenbed aan keeltering. In een kelder, waarvan de planken verrot zijn en waar de vensters diep onder den grond liggen, werken twee zusters voor hen die daar omhoog in lucht en zon lachend voorbijgaan. In een anderen dergelijken kelder ligt de man in het laatste stadium van longtering, de vrouw naait naast zijn bed, de kinderen ademen zijn ziekte in. 2) In New York vond men een gezin van zeven leden in een woning van drie kamers, waarvan slechts één licht was, met niet minder dan vijftien slapers, — allen moesten zich met slechts drie bedden behelpen. 3) In een andere woning, waarin een fabrieksinspecteur 's nachts binnendrong, lagen tien tot twaalf menschen, mannen, vrouwen en kinderen, sommigen half ontkleed, op den naakten grond. 4)

Er zullen nog menschen zijn die bij den aanblik van zulke ellende niets anders gevoelen dan wanneer zij uit hun fluweelen armstoel op den eersten rang, de ellende der „Wevers" of het lijden van „Hannele" zien; zij gaan naar huis en denken er niet meer aan. Van langer duur echter zal hun ontsteltenis zijn, wanneer zij ervaren, dat deze armoede hen zeiven in het lieve leven aantast: in een berlijnsche kamer naaide een arme moeder blouses, half klaar lagen deze op het bed waarin drie kinderen, aan diphteritis lijdende, met den dood worstelden; in een werkplaats welke pas nog kinderen herbergde die aan dezelfde ziekte leden, werkten zeven arbeidsters. 5) Mazelen, kinkhoest, roodvonk— kortom alle kinderziekten nestelen zich in de armzalige kamer der naaister en worden door haar hemden, blouses en rokken in de huizen der koopers gedragen. De tering kleeft aan de gezochte goedkoope jacquets en mantels der groote magazijnen; het vreeselijk vergift der

1) Zie Hans Grandke, t. a. p., blz. 321 en vlgg.

2) Zie Hans Grandke, t. a. p., blz. 314 en vlgg.

3) Zie Anna S. Daniël, t. a. p., blz. 629.

4) Zie Florence Kelley, Gesetzliche Einschr&nkung der Heimarbeit in NordAmerika. Schriften des Vereins für Sozialpolitik. LXXXVII. Leipzig 1899,4e deel, blz. 213.

5) Zie Gertrud Dyhrenfurth, t. a. p., blz. 29 en 45.

Sluiten