Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de belangstelling der staathuishoudkundigen, der politici en der wetgevers opwekken, is de landarbeidster tot dusver een tamelijk vaag begrip gebleven. Men maakt zich hoogstens druk om haar trek van het land weg en verwondert zich dat zij haar gezond, zeker leven zoo luchthartig prijsgeeft. Hoe dat leven zich in werkelijkheid afspeelt, dat is slechts weinigen duidelijk en deze weinigen moeten zich deels op hun eigen beperkte waarnemingen, deels op particuliere onderzoekingen steunen die ook steeds slechts onvoldoende kunnen blijven. Maar nog door een andere omstandigheid wordt de kennis van den toestand der landarbeidsters bemoeilijkt.

Zij vormen geen door gelijke arbeidsvoorwaarden gekenmerkte massa, zij verdeelen zich veeleer in twee categorieën van arbeiders: de bij contract verbondenen en de vrijen, en in een groot aantal onderafdeelingen van elk dezer categorieën. Tot de eersten behooren in de eerste plaats de vast jaarloon genietende dienstmaagden die woning en voeding van den baas ontvangen en wier arbeid deels tot de huishouding, deels tot den landbouw behoort. Tot haar behooren verder in Duitschland beoosten de Elbe de „Instleute", die van den landheer woning en een stuk land, buitendien nog een zeker aandeel in de opbrengst van het goed ontvangen, daarvoor echter niet alleen hun eigen arbeidskracht en die hunner vrouw in zijn dienst stellen, maar ook een aantal, gewoonlijk twee, andere arbeiders voor den landheer houden moeten; dat zijn de „Scharwerker", meest familieleden van den „Instmann", zijn dochters of zoons, ook zijn moeder of zijn kleinkind, zeer vaak echter ook vreemde meiden en knechts, die de „Instmann" tot dit doel aanneemt. •) In westelijk Duitschland nemen de „Heuerleute" een dergelijke positie in, alleen wordt hun woning en land niet geleverd, maar zij moeten dit tegen geringe vergoeding pachten en zijn daarvoor verplicht, voor een bepaalde reeks van dagen tegen de helft van het plaatselijk loon voor den bezitter arbeid te leveren. 2) Een breede klasse der arbeiders zijn ten oosten van de Elbe ook nog de „Deputanten" die behalve het loon ruwe levensmiddelen geleverd krijgen. In het overig Duitschland herhaalt zich vaak tegenover de daglooners een dergelijke wijze van belooning. Naast deze arbeiderscategorieën zijn er nog de daglooners met zelfstandig landbezit, van welks opbrengst zij evenwel niet kunnen leven, zoodat zij gedwongen zijn loonarbeid te zoeken. Zij behooren eveneens ongetwijfeld tot de proletariërs, evenals

1) Zie M. Weber, Die Lage der Landarbeiter iin ostelbischen Deutschland. Schriften des Vereins für Sozialpolitik, LV, 3e deel, blz. 18 en vlgg.

2) Zie Schriften des Vereins für Sozialpolitik, Die Verhaltnisse der Landarbeiter in Deutschland. Leipzig 1892, le deel, blz. 3.

Sluiten