Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

echter voor de Scharwerks-meisjes, die hij natuurlijk bij de eigen armoede slechts op het armzaligst onderhoudt, beteekent dit een groot nadeel. Haar zuur verdiend loon vloeit maar al te vaak in den zak van den kroeghouder. Geen wonder dus, wanneer slechts zeer laag staande, lichamelijk of zedelijk vervallen meisjes zich tot Scharwerksdienst leenen willen. Veel beter is de toestand der westduitsche Heuerlingsvrouwen, hoewel ook zij van de mannen volslagen afhankelijk zijn. Zij zijn echter slechts tot een mindere mate van arbeid verplicht en hun pacht werpt hun meer af dan de armelijke grond van den oostelbischen Instmann. De meest bevoorrechte klasse der bij contract verbonden landarbeiders zijn echter zij, die niet als de Instleute grootendeels afhankelijk zijn van de schommelende opbrengsten van het heerlijk landgoed, noch als de Heuerlinge van de opbrengst van den gepachten grond, doch die naast het loon een vast inkomen in naturaliën ontvangen. Daar echter ook dit een gezinsinkomen uitmaakt, is dus ook de vrouw tot den arbeid verplicht. In alle drie gevallen, bij de Instleute met inbegrip der Scharwerker, de Heuerlinge en de Deputanten, herhaalt zich diensvolgens hetzelfde eigenaardige beeld van volkomen afhankelijkheid ook van de arbeidende vrouw van haren echtgenoot. De positie van een zelfstandige loonarbeidster is voor haar slechts een ledig begrip, zij is niets dan de derde arm van den man, van een bepaald loon dat haar toekomt kan niet gesproken worden.

Een hooger ontwikkelingstrap ten opzichte van de zelfstandigheid van den vrouwelijken landarbeider beteekent derhalve de vrije dagloonersarbeid. Ook deze wordt deels alleen met geld, deels met geld en kost beloond, en wel is het loon niet alleen lager dan dat van den man — hoewel dit niet altijd door de arbeidsverdeeling gerechtvaardigd wordt — zeer vaak wordt aan de vrouwen ook een mindere hoeveelheid voedsel toegestaan, waardoor de besparing van den grondbezitter door het gebruik van vrouwenarbeid nog vergroot wordt. Over de loonsverhoudingen in Duitschland geeft de volgende tabel eenige opheldering: ')

(Zie de tabel op bladzijde 337.)

De hoogste loonen worden in den zomer, hoofdzakelijk in den oogsttijd betaald, de laagste in den winter. Geen dagloonster heeft een onafgebroken arbeid gedurende alle jaargetijden. Rekenen wij dat zij ongeveer 250 volle dagen werkzaam is, waarvan zij gedurende 125 dagen het hoogste gemiddelde dagloon (zonder kost), of 1,43 mk., dus in het geheel 178,75 mk., gedurende 125 dagen het laagste gemiddelde dagloon,

1) Zie Schriften des Vereins für Sozialpolitik, LIII, 2de deel, blz. 367 en vlgg. K. Kaerger, Die Sachsengüngerei. Berlin 1890, blz. 165.

Sluiten