Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ligt haar gemeenschappelijk kenmerk. Als arbeidsters in den gewonen zin van het woord zijn zij tot nog toe niet beschouwd, daar men hieronder in 't algemeen slechts diegenen verstond, die door haren arbeid verkoopsartikelen voortbrengen. Bijna geheel alleen op dezen was de opmerkzaamheid der sociaal-politici zoowel als die der wetgevers gericht. Derhalve is ook het materiaal, op grond waarvan de toestand dezer arbeidsters te schetsen ware, zeer ontoereikend. Tot de wasscherijen en haar arbeidsters richtte men het eerst de opmerkzaamheid, daar zij zich tot grootbedrijven ontwikkelden en uit den kring van het huis en het gezin traden. Weifelend en voorzichtig tastend wendde men den blik naar het groeiend aantal vrouwelijke koffiehuisbedienden en de huiselijke dienstboden ging men zoo goed als achteloos voorbij. Niet slechts dat men niet waagde den sluier op te lichten die over haren socialen toestand ligt, in de staten waar zij onder uitzonderingswetten, de dienstboden-verordeningen, staan, die den feodalen tijd waardig waren, dacht men er zelfs in de jaren van levendigen arbeid op het stuk van sociale wetgeving in de verste verte niet aan, deze millioenen menschen van het drukkend juk te bevrijden. Ook het burgerlijk wetboek voor het duitsche rijk, dat het recht der 20ste eeuw heet te bevatten, heeft die verordeningen haast onveranderd laten bestaan. De cultus van het gezin heeft de huiselijke dienstboden met een chineeschen muur omgeven, waarvan het overschrijden nog heden voor strafbaar geldt. Eerst toen de maatschappij de ellende der huisindustrie herhaaldelijk en zoo dicht voor oogen kreeg, dat zelfs de meest kortzichtigen haar moesten zien, waagde men het schuchter en voorzichtig een kleine bres in den muur te maken. Hier immers betrof het ook slechts het binnendringen in de gezinnen van arme lieden. Wilde men den huiselijken dienst aan een onderzoek onderwerpen, of wettelijk trachten te regelen, dan beteekende dat den muur omverwerpen en de openbaarheid in de eigen gezinsverhoudingen toegang verleenen. Zelfs vrijzinnige geesten, die de toestanden der arbeidersklasse recht in de oogen wagen te zien en met radicale hulpmiddelen bij de hand zijn, worden reactionair zoodra de dienstbodenkwestie aangeroerd wordt. „My house is my castle", heet het dan, mijn huis is mijn burcht, en in deze citadel, waarin millioenen menschen hun arbeidskracht opofferen, dringt geen straal van sociaal-politiek inzicht door.

Hoewel de toestand der huiselijke dienstboden ons veel nauwkeuriger bekend moest zijn dan die van welke andere arbeidsterscategorie ook, daar wij hem dagelijks voor oogen hebben, heeft de sussende macht der gewoonte tot nu toe de lichtbrengende kracht van persoonlijke ervaring weten te onderdrukken. Waar wij ook in het verleden uitingen

Sluiten