Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar van de 9206 opgegeven vereenigingsleden slechts 5556 tot werkelijke beroepsvereenigingen behooren. Zij verdeelen zich als volgt: ')

ORGANISATIE Vrouwelijke leden

bouwbedrijven 104

bekleedingsindustrie 433

mijnbouw 187

chemische industrie 94

ijzer- en metaalindustrie 105

galanterieën 52

glas- en plateelindustrie 949

grafische bedrijven 1147

houtindustrie 36

handel 58

voedings- en genotmiddelen 310

lederindustrie 76

textielindustrie 1950

verschillende bedrijven 55

Op gelijke wijze als in Duitschland ging in Engeland eerst in 1889 het vakvereenigingscongres te Dundee er toe over, de noodzakelijkheid der organisatie van de arbeidsters principieel te erkennen en zijn steun toe te zeggen. In weerwil hiervan besloten tot dusver van 1282 vakvereenigingen slechts 111 er toe, om vrouwelijke leden toe te laten, een doorslaand bewijs, hoe vastgeworteld de vooroordeelen juist de engelsche arbeiders beheerschen, wier vakbeweging de oudste en de grootste is. Behalve deze 111 gemengde vakvereenigingen zijn er nog 28 vereenigingen met slechts vrouwelijke leden. 2) Het gezamenlijk aantal der georganiseerden bedroeg in de jaren

1896:117.888 1898:116.048

1897 : 120.254 1899 : 120.448.

De engelsche arbeidsters nemen dus in sterker mate deel aan de vakbeweging dan de duitsche. De waarde van deze hoogere cijfers verliest echter aan beteekenis, wanneer wij niet alleen den ouderdom der vakbeweging in aanmerking nemen, — reeds in 1824 waren vele weefsters van Lancashire leden van de vakvereeniging en tot Owen's

1) Zie Arbeiterinnenzeitung. Wien, 7 Juni 1900.

2) Zie Report bij the chief Correspondent of the Board of Trade on Trade-Unions in 1899. London 1900, blz. XVIII, XXII vlgg., blz. 128 en vlgg.

Sluiten