Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der vereenigingen door de politie, die zooals wij gezien hebben het eerste, aanvankelijk zuiver economisch streven der arbeidsters met geweld trachtte te onderdrukken. De vrouwen zagen zich feitelijk gedwongen, daar zij geen vereenigingen meer hadden en zelfs openbare vergaderingen van vrouwen verboden werden, aan de algemeene arbeidersbeweging deel te nemen. Zij vonden hier haar natuurlijke bondgenooten. Reeds in 1869, op het arbeiderscongres in Eisenach, kwam het tot een uitvoerige bespreking van den vrouwenarbeid, en de toenmaals nog algemeen heerschende vijandschap der mannen tegen de vrouwelijke concurrenten uitte zich in een voorstel dat de afschaffing van den vrouwenarbeid tot een punt van het partijprogram wilde maken. Het werd nochtans afgewezen met de motiveering dat het doel dat het op het oog had niet bereikt zou kunnen worden en iedere onderdrukking van den vrouwenarbeid de vrouwen, die genoodzaakt waren het brood te verdienen, slechts bij massa's in de armen der prostitutie zou drijven. De gevaarlijke concurrentie der vrouwen echter kon uit den weg geruimd worden: door haar organisatie met de mannen, door het opwekken van haar klassebewustzijn en door de verheffing der vrouw tot gelijke. Deze grondstellingen is de partij trouw gebleven; hare bevestiging en aanvulling echter is voornamelijk te danken aan het deelnemen der vrouwen aan de actie en de ontwikkeling der partij.

De eerste arbeidstersvereenigingen die nog in volkomen onbekendheid met de handhaving der wetten te haren opzichte zich tamelijk nauw aan de partij aansloten, ontstonden in den aanvang der zeventiger jaren. Hare leden waren tegelijkertijd de eerste vrouwen van Duitschland die in 1874 door een onvermoeide, offervaardige agitatie aan de rijksdagverkiezing deelnamen. De autoriteiten beantwoordden haar optreden met het ontbinden van alle vereenigingen, de sociaaldemocratische partij, die haar toenemende kracht ook aan haar te danken had, met het eerste uitvoerige voorstel tot wijziging der Gewerbeordnung (arbeidswet), dat zij in 1877 in den Rijksdag indiende en dat tot verheffing van den toestand der arbeidsters beperking van den arbeidstijd, bescherming der kraamvrouwen en zwangeren, verbod van nachtarbeid, van den arbeid onder den grond, op steigers en aan in beweging zijnde machines eischte. ') De sociaaldemocratische vrouwen breidden deze voorstellen uit doordat zij den eerst door haar alleen gestelden eisch tot het aanstellen van vrouwelijke fabrieksinspecteurs deden hooren. De Rijksdagfractie harer partij maakte dien eisch tot den hare

1) Zie Verhandlungen des deutschen Reichstages, Dritte Legislatur-Periode, I. Session, 1877, 22. und 24. Sitzung.

Sluiten