Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oogmerken, — deze vallen schier geheel samen met die van den bond, — dan wel in haar krachtig optreden en radicale kleur van den bond afwijkt. Zij deed het voorstel dat de bond een samenwerking tusschen de socialistische en de burgerlijke vrouwenbeweging wenschelijk zou verklaren, het werd echter teruggewezen en er kwam een uiterst matte verklaring voor in de plaats, volgens welke ,,de mogelijkheid van een samenwerking in elk bizonder geval in overweging" zou genomen worden.

Het duidelijkst echter kwam het burgerlijk klassekarakter der vrouwenbeweging aan het licht toen in 1899 de huiselijke dienstboden tot het besef hunner menschenrechten begonnen te komen, en tegen den onwaardigen toestand waarin zij zich bevinden opkwamen. Tot in het diepst van haar ziel werd de gansche burgerlijke maatschappij hierdoor getroffen; zoolang de arbeidstersbeweging zich buiten de eigen vier muren afspeelde, kon zij nog op sympathie rekenen, vooral bij de vrouwen die geen ondernemers waren en dus meenden dat zij niets van hare eischen behoefden te vreezen. De dienstbodenkwestie echter deed zich in haar eigen rijk, in het huis zelf, gevoelig gelden, zij verlangde directe offers van haar en daarmee veranderde, op eenige uitzonderingen na, haar welwillendheid in tegenzin, ja vaak in haat, die allen in den ban deed die met de dienstbodenbeweging sympathiseerden. Reeds de houding van het berlijnsche internationale vrouwencongres was teekenend; voor lange verslagen over weldadigheidsorganisaties was tijd in overvloed beschikbaar, toen echter Dr. Schnapper-Arndt de dienstbodenkwestie behandelen wilde, kon hij niet uitspreken en niemand ging in het debat er op in. Nog erger was het optreden der berlijnsche huisvrouwenvereeniging onder leiding van Lina Morgenstern: om het „verliezen der in Duitschland gebruikelijke, met getuigschriften voorziene dienstboeken vruchteloos te maken, verlangde zij rechtstreeksche inlevering dezer getuigschriften aan de politie, opdat de mevrouwen er hier altijd inzage van zouden kunnen nemen.

De dienstbodenbeweging zelve scheen den vrouwen eerst de tong verlamd te hebben. Slechts langzamerhand ging men er toe over haar voorzichtig en met terughouding te behandelen; persoonlijk namen echter slechts enkele vrouwen uit de christelijk-sociale en uit de radicale vrouwenbeweging er aan deel. De bond van duitsche vrouwenverenigingen kon niet verder komen dan tot een verzoekschrift om invoering van de ongevallenverzekering voor het huiselijk dienstpersoneel en een aantal vereenigingen verklaarde met groot pathos, dat de minachting waaronder de dienstboden te lijden hebben, moest verdwijnen doordat zij voortaan niet meer dienstboden maar huisbedienden genoemd moesten

Sluiten