Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beursfuncties in handen heeft en bij welke de huisvrouwen voor ieder soort van arbeid per uur en per dag meisjes kunnen aannemen. Een andere wijze om aan het gebrek aan dienstboden tegemoet te komen en de huisvrouw te ontlasten, — wij zien ook hier evenals bij het standpunt dat de burgerlijke vrouwenbeweging innam ten opzichte van de huisindustrie, dat het in de eerste plaats het persoonlijk belang is dat tot hervormingen dwingt, — werd op de conferentie der engelsche Maatschappij voor Vrouwenarbeid in 1899 voorgesteld: „Een speculatief bouwmeester," zeide de spreekster, „diende hier de pionier te zijn, door huurhuizen ieder met een centrale keuken en centrale waschinrichting te bouwen.... Men heeft berekend dat men half zooveel voor voeding zou uitgeven, indien het verspillen van materiaal en

arbeidskrachten, de ondoelmatige wijze van koken vervielen Waarom

dan honderd fornuizen aan te leggen als één voldoende is, waarom honderd stellen keukengerei af te wasschen terwijl slechts één noodig

zou geweest zijn Wat vinden wij dan tegenwoordig in de beroemde,

dichterlijk verheerlijkte engelsche huizen: slecht eten, vetlucht, waschdamp en afgewerkte vrouwen." ') Geheel hetzelfde standpunt neemt een amerikaansche in wanneer zij zegt: 2) „Terwijl thans twintig vrouwen in twintig huishoudens den ganschen dag arbeiden en haar verschillende plichten toch onvoldoende vervullen, zou diezelfde arbeid beter en in korter tijd door enkele specialiteiten uitgevoerd worden."

De noodzakelijkheid van de organisatie der proletarische vrouwen als middel tot hare bevrijding heeft de burgerlijke vrouwenbeweging het laatst begrepen. Natuurlijk: want het beteekent een volkomen breken met de oude zienswijze die er op berust dat de armen weldadigheid en recht uit de handen der heerschenden in ontvangst te nemen hebben. Zich door macht recht te verschaffen is in de oogen der meesten tegenwoordig nog van gelijke beteekenis met revolutie. Meer nog geldt hier, wat bij de kwesties der wetgeving geldt, dat het initiatief nimmer van de feministen uitging. Zij traden eerst als organisators en propagandisten der vakvereenigingen te voorschijn, toen de proletariërs zelf den moeilijksten arbeid, het verwerven der wettelijke erkenning, achter zich hadden en er geen gevaar voor staat en maatschappij meer in gezien werd. In den eersten tijd van het deelnemen der burgerlijke vrouwen aan de vakbeweging, die in de tachtiger jaren der 19e eeuw valt, was haar invloed direct schadelijk. Zij voerden, evenals in den strijd om arbeidswetgeving, feministische denkbeelden in de

1) Zie Mrs. Aldrich, The Management of a modern House, in: Women Workers, Londen 1900, blz. 177.

2) Zie Charlotte Perkins Stetson, t. a. p., blz. 245.

Sluiten