Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

echter moet deze bescherming hand in hand gaan met den eisch aan de gemeenten om in alle industrie-centra, waar gehuwde vrouwen in zekere hoeveelheid werken, kinderbewaarplaatsen in voldoend aantal op te richten en maatregelen te treffen waardoor den moeders tijd wordt toegestaan om daar haar kinderen te voeden. Maar ook hier, zoowel als voor het geheele gebied der arbeidswetgeving, is de fundamenteele voorwaarde van eiken vooruitgang de geleidelijke vermindering van den arbeidstijd tot een normalen arbeidsdag van acht uren. Alle andere eischen staan tegenover deze eene op het tweede plan. Juist voor de vrouw als moeder is de beperking van den arbeidstijd van het allergrootste gewicht, hierop berust de mogelijkheid van de kracht en ontwikkeling van haar lichaam en geest, en daarmee de gansche toekomst harer kinderen.

Werpen wij thans een blik op het arbeidsveld waarover de beschermingsbepalingen zich uitstrekken, dan toont ons overzicht aanstonds, dat dit veld zeer beperkt is. Zij zijn in alle landen slechts op de fabrieksarbeiders gelijkmatig en algemeen van toepassing, de arbeiders in den landbouw en de dienstboden zijn er geheel van uitgesloten, de handelsbedienden, de kellners en de thuisarbeiders haast geheel, slechts de werkplaatsarbeiders van de huisindustrie genieten schijnbaar betrekkelijk het meeste van de zegeningen der arbeidswetgeving. De oorzaak voor deze vreesachtigheid der europeesche wetgevers, die zich vooral in hun houding jegens den thuisarbeid uit, is eenerzijds de eerbied voor de geslotenheid van het gezin en anderzijds de vrees om een der steunpilaren van onze industriëele ontwikkeling te ondermijnen.

De wettelijke maatregelen die de huisindustrie betreffen laten zich in drie categorieën verdeelen: een categorie, van de beginselen der arbeidswetgeving uitgaande, die tegenover de huisindustriëelen op gelijke wijze optreedt als tegenover de fabrieksarbeiders, de zwakken dus tegen de al te onverbiddelijke uitbuiting der sterken tracht te beschermen en het economisch eigenbelang tracht tegen te gaan; een tweede categorie, die aan de belangen der verbruikers haar ontstaan dankt en zich tot gezondheidsvoorschriften beperkt, en een derde eindelijk, wier doel het is den thuisarbeid te onderdrukken. Uit deze drie gezichtspunten zullen wij de onderhavige wetgeving en haar gevolgen te beschouwen hebben.

De uitbreiding der arbeidswetgeving tot de huisindustrie is de meest gebruikelijke, vaal' vrijwel zonder nadenken uitgesproken eisch, door welks vervulling men haar schadelijke uitwassen met succes meent tegen te gaan. Zij is dan ook gedeeltelijk verwerkelijkt, doch is in de europeesche staten en ook voor een deel in de buiten-europeesche

Sluiten