Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

strijd uit te vechten, in den winter van 1896 het werk neer. Slechts de geheel ontoereikende wet die de werkplaatsarbeiders in de confectie onder de arbeidswetgeving stelde, was het resultaat van hun strijd. Tegen den thuisarbeid, die het uitgangspunt van den strijd vormde, geschiedde niets. ')

Het scherp verzet der ondernemers tegen het inrichten van bedrijfswerkplaatsen, die nog daarenboven, waar de wensch ernaar tot dusver opkwam, door geen parlement voorgestaan werden, is van hun standpunt volkomen te verklaren: het inrichten of huren van lokalen voor de werklaatsen, het aanschaffen van machines, het aanstellen van meesterknechts en niet het minst de ten slotte volgende onaangenaamheden en kosten der arbeidswetgeving en arbeidersverzekering, waaraan zij bij het tewerkstellen van huisindustriëelen haast geheel ontkomen, zou zulk een kapitaal vorderen en de winst in den eersten tijd dermate besnoeien, dat ook voor de toekomst aan een toegeven der ondernemers des te minder te denken valt, daar de onderhavige arbeiders onder de tegenwoordige verhoudingen tot een hecht aaneengesloten organisatie, die aan hunne wenschen de noodige klem kan verleenen, nimmer zullen komen. Dientengevolge zijn enkele groepen van arbeiders vaak tot zelfhulp overgegaan. In Genève en Lausanne, in Bern en in Zurich waren het de kleermakers die met steun hunner vakvereeniging eigen werkplaatsen inrichtten, in Weenen deden de meerschuimsnijders evenzoo.2) De geheele beweging beperkte zich echter tot kleine kringen, daar eenerzijds geen dwang bestond om tot die werkplaatsen toe te treden en anderzijds het noodige kapitaal ontbrak om door het aanschaffen van nieuwe machines en het aanwenden van motorische krachten snelleren en beteren arbeid te leveren en op deze wijze den primitieven thuisarbeid te ondermijnen. Het stedelijk bestuur van Genève, waartoe zich de kleermakers om steun wendden, erkende wel de rechtmatigheid van hun streven, maar meende met het oog op de stadskas geen precedent te mogen scheppen.

Een ander middel om den thuisarbeid zooveel mogelijk te beperken eischte het wetsontwerp dat minister Peacock in 1895 bij het Parlement van Victoria indiende, doch ook alleen de confectieindustrie betrof. Het hield de bepaling in dat thuisarbeiders slechts met verlof briefjes tewerkgesteld mochten worden en wel zouden slechts zij die hun levens-

1) Zie Johannes Timm, Das Sweating-System in der deutschen Konfektionsindustrie, Flensburg 1895, blz. 22 en vlgg., en dezelfde, Die Konfektionsindustrie iind ihre Arbeiter, Flensburg 1897, blz. 61 en vlgg., alsook Hans Grandke, t. a. p., blz. 336 en vlgg.

2) Zie Eugen Sehwiedland, t. a. p., blz. 186 en vlgg.

Sluiten