Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rusttijd van twee achtereenvolgende uren overdag vastgesteld wordt, zoodat een werkelijke arbeidstijd van twaalf uren het gevolg zou zijn. Ieder koffiehuis heeft in den loop van den dag een stillen tijd, — dat hebben de koffiehuishouders zelf verklaard, toen zij tegen het duitsche ontwerp stelling namen, — waarin het mogelijk gemaakt kan worden, om het grootste deel der bedienden, ook de mannelijke, te missen. In ieder geval moet het mogelijk te maken zijn, daar reeds een twaalfurige arbeidstijd de uiterste grens beteekent.

Moeilijker schijnt de fooienkwestie. Met de enkele bepaling dat de koffiehuishouders voldoende loon te betalen hebben is zij niet op te lossen en van het oprichten van sterke organisaties der koffiehuisbedienden, die loontarieven zouden kunnen doorvoeren, zijn wij nog ver verwijderd. Nog minder is op het publiek te rekenen, waarvan men dikwijls verwachtte dat het zich in den strijd tegen de fooien solidair zou gevoelen. Daarentegen is er een middel dat beter kans op succes zou bieden: de bepaling namelijk, dat de betaling der vertering alleen aan de kas gedaan mag worden. De fooi aan de bedienende kellnerin wordt daardoor wel niet volkomen uitgesloten, maar toch haast geheel, daar de gast zich meestal op het oogenblik daartoe verplicht gevoelt waarop hij de vertering betaalt en zij in afwachting voor hem staat. Een ander middel, dat nog wel meer met den ontwikkelingsgang overeenkomt, maar in den eersten tijd slechts in grootere lokalen toegepast zou kunnen worden, zou zijn het geregeld betalen der vertering waarbij in verhouding tot de geheele uitgave een zeker percentage voor de bediening in rekening gebracht moest worden aan den „betaalkellner", die tot zelfstandig ondernemer zou worden — wat hij thans reeds vaak iS — en den bedienenden kellners een vast loon zou te betalen hebben. Is dat bereikt, dan heeft de kellnerin geen belang meer bij den duur van den arbeidstijd, zij zal in plaats daarvan den wettelijk voorgeschreven arbeidstijd gaarne handhaven. Zij zal ook geleidelijk, wanneer geest en lichaam onder de uitputting door eindeloozen arbeidstijd niet meer te lijden hebben, ontvankelijk voor organisatie worden. Een rustdag van 24 uur in den loop van iedere zeven dagen, de verzekering van goede woonruimte door het toezicht der woninginspectie, het verbod om jongelieden beneden de zestien jaar in 't algemeen en beneden de achttien jaren langer dan acht uur per dag aan het werk te houden, de bepaling ten slotte dat de gezamenlijke beschermingsvoorschriften ook op het gezin van den koffiehuishouder uit te breiden zijn, — het ontwerp sluit dit uitdrukkelijk uit, zonder zich ook slechts over den graad van, bloedverwantschap nader uit te laten, — en het aanstellen van een speciale inspectie voor het koffiehuisbedrijf, — want men kan

Sluiten