Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die natuurlijk met de afschaffing der dienstbodenwetten beginnen moest, laten zich in 't kort samenvatten: de elf- tot twaalf-urige arbeidsdag voor meer dan achttienjarigen zou het begin kunnen vormen, de aanvulling ervan zou zijn de l'/j-urige middag-rusttijd, de vrije zondagmiddag en, als schadeloosstellling voor den halven zondagsarbeid, een vrijen halven dag in de week; overuren en extra-werk, dat in zekeren omvang toegestaan moest zijn, moesten natuurlijk afzonderlijk vergoed worden. De arbeidstijd zelf zou tusschen 's morgens 7 uur en 's avonds 9 uur verdeeld kunnen worden. Strenge voorschriften ten opzichte van de woningtoestanden der dienstboden moesten door een krachtige woninginspectie en het aansprakelijk stellen van iederen huisheer nog verscherpt worden.

Nu is het wel aan geen twijfel onderhevig, dat deze bepalingen niet aanstonds rechtstreeksche algemeene gevolgen zouden hebben, zelfs wanneer men in ieder huis een inspecteur zette. Hun opvoedende werking echter zou zooveel te belangrijker: de dienstmeisjes zouden tengevolge van den vrijen tijd waarover zij beschikken konden, eerder voor ontwikkeling vatbaar zijn, ontvankelijker voor organisatie worden en leeren zeiven haar rechten te beschermen; de huisvrouwen anderzijds zouden spoedig genoeg inzien dat het kleinbedrijf onder dergelijke omstandigheden niet meer loonend is. Alle nieuwe hulpmiddelen der chemie en techniek, die thans, tengevolge van het bekrompen conservatisme der meeste huisvrouwen, haast ongebruikt blijven, zouden wegens hun arbeidbesparende eigenschappen toegepast worden. Waar dit echter voor het particulier huishouden even verspillend zou zijn, als wanneer men een electrischen motor tot het drijven van één enkel weefgetouw aanschafte, zou langs natuurlijken weg geleidelijk het coöperatief of het gecentraliseerd huishouden de functies van het particulier huishouden opzuigen. De dienstboden echter zouden tot vrije arbeiders worden, die, evenals de arbeiders in de fabriek, naar de centrale keukens gingen. Al de soort inrichtingen, zooals bijv. de berlijnsche centraal-schoonmaak-maatschappijen, die per uur haar bedienden tot bepaalde huiselijke bezigheden als het schoonmaken van huizen enz. uitzenden, zooals de glazenwasscherijen en kleedenklopperijen der groote steden, zooals de „Household economie Associations" van Amerika, zullen zich dientengevolge steeds verder uitbreiden, de centralisatie der verwarming, der verlichting zal zich ontwikkelen, kortom, al wat nu nog slechts een kommervol bestaan rekt, daar de gunst van het publiek ontbreekt, zal zich door den drang der practische behoeften snel ontwikkelen. Hoe meer dit echter geschiedt, des te krachtiger kan en moet de wetgeving tot bescherming der arbeidsters op de dienst-

Sluiten