Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lijn Buitenzorg—Tjitjalengka.

„De opkomst van het werkvolk was over het algemeen beter dan in het vorige jaar. Wel ondervond „men nog den invloed van ziekte onder menschen en vee, ",maar toch waren de werkkrachten bijna het geheele jaar „overal nagenoeg voldoende. Vooral in de 4de sectie „was de opkomst beter dan in 1880."

Een verschijnsel, dat den uitvoerder van werken met eenigszins langdurige ervaring niet ontgaan kan zijn, is de betere opkomst van werkvolk in tijden volgende op geheel of gedeeltelijke misoogsten van het hoofdgewas. De honger is dan een bondgenoot, — tot onze spijt moet verklaard worden, een niet geheel onwelkome bondgenoot — van den ingenieur in zijne pogingen tot het verkrijgen van voldoende werkkrachten.

Bij het aantreffen der betere berichten omtrent koelieopkomst, niet alleen bij de spoorwegen in West-Java, doch zooals we later zullen zien ook bij andere groote werken in deze streken, rees het denkbeeld, dat ook nu de oorzaak, die ten gunste van de vordering der openbare werken geïnfluenceerd had, wel een rampspoedig karakter kon dragen.

Ons voorgevoel heeft niet bedrogen.

In Bantam, van waar steeds een groot deel der arbeiders in West-Java afkomstig was, werkte ten tijde van de geconstateerde vermeerderde werklust, een onfeilbare prikkel tot arbeiden, namentlijk min of meer nijpend gebrek aan voedingsmiddelen.

Het Koloniaal Verslag van 1882 zegt dienaangaande het navolgende:

„Alleen in Bantam werden in 1881 557000 pikols „minder dan in 1880 en 1152000 pikols minder dan in „1879 verkregen, met andere woorden de oogsten van „ 1881 en 1880 bedroegen in dat gewest respectievelijk

Sluiten