Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

persoonlijke neigingen moest vrijmaken, is men bijna overal van het beginsel uitgegaan, dat ook vrijheidsrechten voor het algemeen belang moeten wijken.

Niet alleen ter wille van de defensie en de handhaving van de rust der maatschappij tegen inwendige beroerinois eene dienstplichtigheid der leden van de gemeenschap erkend en opgelegd, ook belangen van anderen aard eischen de persoonlijke medewerking van betrokkenen.

Bij hoog opperwater en ijsgang op onze groote rivieren zijn de daar langs gelegen dijken blootgesteld aan een gevaar, dat, al bedreigt het niet ons onafhankelijk volksbestaan, toch van zoo ernstigen aard is, dat het met alle ten dienste staande middelen gekeerd moet worden.

Een doorbraak kan het verlies van menschenlevens, de verwoesting van geheele landstreken tot gevolgen hebben. Ook in naam van dkt gevaar is eene bekorting der vrijheid geschied. Er is ingezien, dat men bij de pogingen tot afwending van de dreigende rampen op geen gebrek van handen mocht kunnen stuiten. In een land als Nederland, waar bij goede betaling in den regel nimmer een gebrek aan werkkrachten te duchten is, heeft men den goeden voorzorgsmaatregel genomen, zich langs wettelijken weg door dwang van de opkomst van werklieden te verzekeren.

De „gecierde mannen in de Krimpenerwaard", de „rotgezellen der dijkwachten" in andere polders zijn niets anders dan dienstplichtigen.

Behoudens eenige categorieën van vrijgestelden, zijn, ingevolge artikel 330 van het Reglement op het beheer der rivierpolders in de provincie Gelderland, goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van den 3^ September 1856 NO. ui, „alle mannelijke ingezeten van achttien tot

Sluiten