Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KORTE INHOUD DER BRIEVEN.

N°. i. 4 Februari 1390. Willem van Gulik, hertog van Gelre, verontschuldigt zich bij paus Bonifacius IX, dat hij wegens zijn tocht naar Pruisen en gevangenschap nog geen gezantschap gezonden heeft, doch belooft dat hij dit spoedig zal doen en nu reeds Johan van Boickholt, zijn kapelaan, naar Rome vooruitzendt.

N°. 2. 4 Februari 1390. Dezelfde aan een ongenoemden kardinaal; van ongeveer denzelfden inhoud.

N#. 3. Na 6 Februari 1390. Dezelfde aan paus Bonifacius IX, ter aanbeveling van Frederik van Blanckenheim, bisschop van Straatsburg, voor den vacanten zetel van aartsbisschop van Mainz, onder mededeeling dat Arnold van Tricht als zijn gezant naar Rome vertrekt.

N°. 4. Na 6 Februari 1390. Dezelfde aan paus Bonifacius IX; van ongeveer denzelfden inhoud.

N°. 5. Na 6 Februari 1390. Dezelfde aan een ongenoemden kardinaal; van ongeveer denzelfden inhoud.

N°. 6. Na 6 Februari 1390. Dezelfde aan een ongenoemden vorst; van ongeveer denzelfden inhoud.

N°. 7. 6 Maart 1390. Dezelfde aan den koning met hetzelfde doel, tevens met verzoek om Henric van Steenbergen, proost van St. Salvator te Utrecht, aan te bevelen voor een bisschopszetel.

N°. 8. 13 Maart 1390. Dezelfde aan paus Bonifacius IX, met hetzelfde doel onder kennisgeving dat hij Arnoldus

Sluiten