Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

N°. 21. 15 November 1392. Willem van Gulik, hertog van Gelre, aan paus Bonifacius IX, met hetzelfde doel en ter kennisgave van zijn 3den tocht naar Pruisen.

N#. 22. . Dezelfde aan een kardinaal

met verzoek zijn gezantschap te steunen.

N#. 23. 13 Maart 1390. Paspoort afgegeven door Willem van Gulik, hertog van Gelre, voor Arnold van Tricht en Robert van Wisch, met 12 paarden en gevolg, voor hunne gezantschapsreis naar Romo.

N#. 24. . Bijna gelijkluidend met n°. 20.

N#. 25. 7 Augustus 1392. Willem en Maria van Gelre, hertog en hertogin van Gulik, aan de stad Keulen, waarin zij zich beklagen dat een der raadsleden van Keulen broeder Peter, hun kelner te Broich, beschuldigd heeft van een zwaren misdaad.

N®. 26. 9 Augustus 1392. Dezelfden aan de stad Keulen antwoord verzoekende op een vorig schrijven.

N#. 27. 12 Augustus 1392. Antwoord van de stad Keulen op n°. 26.

N°. 28. 9 Augustus 1392. Antwoord van de stad Keulen op n#. 25, waarin ontkend wordt, dat een hunner raadsgezellen broeder Peter beschuldigd heeft.

N#. 29. 18 Augustus 1392. De hertog van Gulik aan de stad Keulen, inhoudende een klacht wegens het niet nakomen van het gesloten verbond.

21 April 1392. Verdrag tusschen Keulen en Willem, hertog van Gelre. v. Doorninck, Acten Gelre en Zutphen, Deel I, bladz. 306.

N°. 30. 21 Augustus 1392. De stad Keulen aan den hertog in antwoord op n°. 29.

N°. 31. 24 Augustus 1392. De hertog aan de stad Keulen omtrent hetzelfde onderwerp.

N°. 32. 27 Augustus 1392. De stad Keuion aan den hertog als boven.

N°. 33. 1 September 1392. De hertog aan de stad Keulen als boven.

Sluiten