Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

populo suo. Daarentegen is het juist het eigenaardige standpunt van Jacobus, dat hij de Mozaïsche wet wel is waar in het licht van het N. T. beschouwt, hare ceremonieele voorschriften stilzwijgend voorbijgaat en haar concentreert in den [iaadtxoi der liefde, maar

dat hij aan den anderen kant dezen (iaadixoi t?js

fXsvdiQiai van de Mozaïsche wet in geen enkel opzicht onderscheidt, veeleer daaronder de O. T.ische wet der tien geboden verstaat (vgl vooral c. 2 : 10 en 11).

Merkwaardig is, dat Von Soden zich hieraan stoot, dat »das in deutlicher Unterscheidung (?) vom alttestamentlichen als vollkommen, als Gesetz der Freiheit, als eingepflanzt characterisirte Gesetz nicht einmal in seinem Verhaltniss zum A. T.lichen klargelegt werdec, alsof dit nu het standpunt was der tweede eeuw, waarop de oude Mozaïsche wet en de nieuwe Christelijke moraal-religie uit elkander gehouden worden, — en niet veeleer dat van Jezus, dat van de bergrede, »deren vo,uos nktjQw&fis (= dem vopo g tilnos des Jacobus) das mosaische Gesetz ist und auch nicht ist, d. h. das verinnerlichte mosaische Gesetz, das sich dem Menschen verinnerlichende Gesetz der Freiheit und Liebe ist« (S. 33). Want evenals Jacobus vat reeds Jezus en soms ook Paulus de gansche Mozaïsche wet met voorbijgaan van haar ceremonieel gedeelte samen in het gebod der liefde (Matth. 7:12, 22:40; Rom. 13:8—10). l)

Daarentegen is die gansche voorstelling, welke wij vinden Jac. 1 : 18, 21, 25 aan de tweede eeuw ten

]) Beyschlag wijst er in het voorbijgaan op, dat wanneer Harnack als argument tegen de voorpaulinische dateering van den brief aanvoert, „dass der Verfasser, wenn er vom Gesetz spricht, niemals

Sluiten