Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jacobus het gebruik van Gen. 15:6 door Paulus niet kent. Hij kent dus ook niet den Romeinen- en Galaterbrief. En daar deze brieven in de tweede eeuw algemeen bekend waren, kan onze brief dus niet geschreven zijn in den napaulinischen tijd. Hierbij komt dan nog, dat Jacobus de beide hoofdbegrippen: dixutovafrai en veel eenvoudiger opvat dan Paulus, blijkbaar in voorpaulinischen zin. Zoo worden wij dus van alle zijden gedrongen te erkennen, dat ons geschrift geschreven is vóór de werkzaamheid van Paulus.

Wat men tegen dit resultaat heeft opgemerkt, komt hierop neer :

i". Men vindt in den Jacobusbrief talrijke punten van afhankelijkheid van latere geschriften, als 1 Petrus, de Paulinische brieven, de evangeliën, Clemens Romanus, Hernias enz. Men vergeet hierbij evenwel, dat men met kwesties van prioriteit en afhankelijkheid altijd zeer voorzichtig moet zijn. Waar werkelijk

') Niet te begrijpen is, hoe Feine, voor wien het duidelijk is, dat Paulus en Jacobus onder mmt;, èpyz, JezaeouT^at iets geheel verschillends verstaan, tot de conclusie heeft kunnen komen, dat Jacobus „dus" polemiseert tegen Paulinische formules. Ook Harnack oordeelt nog zoo. Volgens hem begrijpt Jacobus het Paulinisme volstrekt niet, „und den paulinischen Schriftbeweis stttrtzt er so urn, dass er das Gegentheil als keines Beweises bedürftigen Triumpf ausspielt" (S. 36 u. 37). Welke absurditeiten mag men dan aan onzen Jacobus toekennen! Welk een groot verschil — dat had Harnack moeten bedenken — bestaat er verder niet „zwischen der geistesfrischen Primitivitat des Jacobusbriefes mit seiner Idee des in der Wiedergeburt verinnerlichten Gesetzes und dem Epigonenthum des zweiten Jahrhunderts mit seiner Neugesetzlichkeit, seinem Ascetismus, seinen christologischen und kirchenpolitischenAnlaufen" (t. a. p. S. 37).

Sluiten