Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar het voorbeeld van den Syrischen bijbel (de Pesjito). In de Syrische kerk had men de kwestie over de apostolische (niet-Paulinische) geschriften aldus beslist, dat, behalve de beid<ï door Origenes erkende brieven (i Petrus en i Johannes) en vóór dezen, ook de Jacobusbrief in den Kanon werd opgenomen, niet alleen omdat men voor het Joodsch-Christelijke karakter van den brief groote sympathie had, maar ook omdat men, Jacobus met den zoon van Zebedeüs verwarrende, in de auteurs dezer brieven de drie apostelen wedervond, die als de meest vertrouwde leerlingen van den Heer zijne verheerlijking hadden aanschouwd en dus ook zeker het best met zijne leer waren bekend geweest.

Ook heeft nog de Syrische bisschop Theodorus van Mopsuestia (t + 428) volgens Leontius van Byzantium (contra Nest et Eut. 3, 13) den brief verworpen.

Ook in de Latijnsche kerk is zich de tijdgenoot van Theodorus van Mopsuestia, Hieronymus, nog wel bewust, dat de brief niet altijd voor echt werd gehouden en eerst langzamerhand kanoniek gezag heeft gekregen (De viris illustr. 2). En zelfs nog in de 6e eeuw heeft Junilius Afer onder den invloed van Theodorus van Mopsuestia den Jacobusbrief onder de libri mediae auctoritatis gerekend (Vgl. Kihn, Theodor v. Mops. und Junilius Africanus als Exegeten, Freiburg 1880, S. 373 ff)-

Zijn deze oude weifelingen aangaande de echtheid van den brief langzamerhand uit het kerkelijke bewustzijn verdwenen, de herleving der N. T.ische studie in het reformatie-tijdvak heeft ook den twijfel weer in het leven geroepen.

Sluiten